maandag 28 maart 2016

Onderweg naar het vliegveld

Na het ontbijt pakken we onze koffers in en verlaten ons hotel. We vervolgen onze route over de R62 en rijden door Calitzdorp, de porthoofdstad van Zuid-Afrika. Overal kunnen we port proeven.
Buiten Calitzdorp ligt een vuilstortplaats, waar kinderen en bejaarden zoeken naar bruikbare spullen.

Onderweg passeren we kleine dorpjes met prachtige namen als Opsoek, Bergsig, Hoeko en Plathuis. Net voorbij Ladismith gaan alle auto's vol in de remmen. Een groep bavianen steekt de provinciale weg over. Ze trekken het prikkeldraad van het hek uit elkaar en klauteren er tussen door.


Net voorbij Barrydale  stoppen we bij Ronnies sexshop. De naam doet anders vermoeden, maar het is het meest populaire wegrestaurant van Zuidafrika. Het verhaal gaat dat het wegrestaurant niet zo goed liep, totdat vrienden in een melige bui ‘sex’ tussen ‘Ronnies’ en ‘shop’ verfden. De omzet verdriedubbelde, terwijl het nog steeds een winkeltje is waar ijsjes, frisdrank, bier, patat (en inmiddels ook t-shirts met de opdruk Route 62 of Ronnies sexshop) gekocht kunnen worden. Om de winkel later toch een meer erotische lading te geven, hangt het plafond vol met bh’s, in alle maten, kleuren en soorten. In de hal van het toilet hebben bezoekers teksten op de wanden geschreven. Andere wanden zijn vol beplakt met visitekaartjes. Ook Ben kan het niet laten en steekt een visitekaartje van Leo Ringelberg onder een vlag.

Tegen 13.00 uur zijn we in Montagu. Montagu is een klein plaatsje met niet meer dan 15.000 inwoners. We logeren in Montagu Vines. Het bed & breakfast heeft acht kamers en ligt in het midden van een grote privétuin, met een schitterend uitzicht op de bergen.

Nadat we zijn ingecheckt, lopen we via de Lover's Walk door de Kogmanskloof. We lopen langs de Klipspringer cabin, een overnachtingsplek voor wandelaars, en slaan rechtsaf. Nadat we nog een stukje van de Bloupunttrail hebben gewandeld, keren we om. 's Avonds eten we bij Ye Olde Tavern en checken alvast in voor de terugreis. Morgen sluiten we onze vakantie af met een wijn- en kaasproeverij bij Fairview in Paarl.

zondag 27 maart 2016

Meerkat Adventures/Cango grotten

Een kort nachtje. Om half zes staan we op. Met gids Devey van De Zeekoe gaan we stokstaartjes spotten. 's Nacht regent het flink. Het weer knapt gelukkig in de vroege ochtend op. Stokstaartjes houden namelijk niet van regen en kou.

Nog voor zonsopgang rijden we met onze auto naar het territorium van de stokstaartjes. Zij hebben een leefgebied van 3,5 bij 1 kilometer, waarin ze inmiddels meer dan 20 holen hebben. Eerst krijgen we nog een kopje koffie en zien we de zon langzaam opkomen. We wandelen naar de plek waar Devey verwacht dat de stokstaartjes ontwaken.


Afrikanen noemen een stokstaartje een meerkat. Stokstaartjes leven vooral op droge, open vlaktes. Ze leven in groepen van maximaal dertig. Een stokstaartje is 25 tot 35 cm groot, met een staart van 18 tot 25 cm. Ze wegen tussen de 500 en 1.000 gram en worden ongeveer tien jaar oud. Elk stokstaartje in de groep heeft een eigen taak. Sommige dieren zijn wachters en staan op de uitkijk. De wachters staan ook altijd wat hoger zodat ze alles goed kunnen zien. Een fluitend geluid betekent oppassen. Een blaffend geluid betekent gevaar. Alle stokstaartjes, maar ook alle andere dieren in de omgeving, rennen voor hun leven. Verder zijn er ook jagers en babysitters, die op de jongen passen als de ouders er niet zijn.


De zon komt langzaam op. De eerste zonnestralen vallen op de grond. De stokstaartjes slapen uit en laten zich nog niet zien. Pas na achten komen de eerste stokstaartjes uit een gang van het hol. Ze warmen zich op aan de zon en kijken of de omgeving veilig is. Steeds meer stokstaartjes komen naar buiten. We zitten eerste rang. Geweldig om de beestjes zo bezig te zien. Steeds verder gaan ze van het hol. Ze graven in de grond op zoek naar voedsel. Stokstaartjes eten voornamelijk spinnen, slakken en insecten. Ook hagedissen lusten ze graag, maar het favoriete maaltje is een schorpioen. Een stokstaartje klimt op een struik en houdt de wacht. We klappen de campingstoelen in en lopen met de stokstaartjes mee. Na een uurtje breken we weer op. We rijden terug naar ons hotel, waar het ontbijt al voor ons klaar staat.


Na het ontbijt bezoeken we de beroemde Cango Caves. De grotten zijn 20 miljoen jaar oud en staan bekend als Nature Wonders of the World. Er zijn twee tours te boeken: de Heritage Tour van 1 uur en de Adventure Tour die door de nauwste schachten van de grot leidt. In een paskamer kunnen we zien en proberen hoe nauw de schachten zijn. We zien ons niet kruipen door de gangen, met ook nog het risico vast te komen zitten. Zeker de postbox-doorgang klinkt onheilspellend. De Heritage Tour is meer geschikt voor ons.



De rondleiding duurt een uur. We bezoeken verschillende kamers. Aan het plafond hangen stalactieten. Stalsactieten ontstaan doordat naar beneden druppelend water calciet oplost. Het water droogt op, de restjes calciet blijven achter en groeien uit tot stalactieten. Een stalactiet groeit 1 mm per 100 jaar. Stalagmieten staan op de grond en ontstaan doordat water op de grond valt. De restjes calciet groeien uit tot stalamieten.

Pas aan het einde van de 18e eeuw zijn de grotten ontdekt. Een lokale boer was op zoek naar z'n vee. Hij liet zich in de grot afzakken met een touw en een olielampje en kwam in een zaal terecht. Onze gids doet het licht uit zodat we ook kunnen ervaren hoe donker het destijds was met alleen een olielampje als lichtbron. We wandelen ruim 600 meter door de grot en bezoeken vier kamers. Het is altijd 18 graden in de grot.


zaterdag 26 maart 2016

Swartbergpas/Struisvogelboerderij


Een spannende tocht vandaag. Via de Swartbergpas in de Swartberg Mountains rijden we naar Oudtshoorn. De pas is 24 kilometer lang. Het hoogste punt van de pas ligt op 1.577 meter. We stijgen over een gravelweg 1.000 meter binnen een straal van 12 kilometer. Snel stijgende hellingen, scherpe haarspeldbochten en nauwe doorgangen, Ben zit aan het stuur.

De pas is onverhard. We rijden over een smalle weg door een kloof van steile rotswanden heen. Met de auto steken we door twee kleine riviertjes, genaamd 'Eerste rivier' en 'Tweede rivier'. We ontwijken de rotsblokken die op de weg liggen. Met tegenliggers is het soms spannend, beide bestuurders op zoek naar een plekje waar de auto's elkaar kunnen passeren.

Op een bergwand is een grote brand geweest. Langzaam herstelt de natuur zich weer. Aan zwart geblakerde struiken komen de eerste bloemknoppen. Op zwarte aarde groeien de eerste grassprieten. Met veel bewondering kijken we naar een jogger die naar boven gaat. Onderweg komen we restanten van woningen en tolhuisjes tegen. Na 45 minuten rijden staan we op de top. Het is ijskoud op 'Die Top'. De wind blaast met enorme snelheden door de vallei. De afdaling naar Oudtshoorn is minder spectaculair. De weg is breder en veel overzichtelijker. En de bijrijder zit aan de kant van de berg, ook wel zo prettig.

We stoppen voor de lunch bij Buffelsdrift Game Lodge Restaurant. Het restaurant ligt 6,5 kilometer buiten Oudtshoorn. De locatie is schitterend. We kiezen een tafel aan de rand van het balkon en kijken uit op een groot meer, waarin drie nijlpaarden leven. Al snel zien we een nijlpaard in het water liggen. Hij spert zijn enorme bek open en verdwijnt weer onder water. Iedere vijf/zes minuten komt het nijlpaard weer boven. De andere minuten zien we een klein gedeelte van zijn rug en af en toe ook zijn ogen net boven het wateroppervlak.


We checken redelijk vroeg in bij ons overnachtingsadres in Oudtshoorn. Oudtshoorn wordt wel de struisvogelhoofdstad van de wereld of de verenhoofdstad van Zuid-Afrika genoemd. De stad is vooral bekend van de vele struisvogelfarms die om Oudtshoorn liggen. Het klimaat is aangenaam. De hoogtijdagen van deze industrie zijn al lang voorbij, maar rond Outshoorn liggen nog steeds overal struisvogelboerderijen die te bezoeken zijn.

We rijden naar Highgate Ostrich Show Farm, een van de oudste showfarms, en ook nog steeds een struisvogelboerderij. De tour is zeer interessant. In ruim 90 minuten vertelt onze gids Tabisha veel. Volstruis is het Afrikaanse woord voor struisvogel. Struisvogels kunnen wel 2.20 m hoog worden en tot 130 kg wegen.Mannetjes zijn zwart, vrouwtjes zijn bruingrijs. Een struisvogel kan snelheden tot 80 kilometer per uur halen. Het ‘wereldrecord’ voor struisvogels staat zelfs op 97 kilometer per uur. In gevangenschap kan een struisvogel tussen de dertig en zestig jaar oud worden. Ergens in Oudtshoorn is zelfs een struisvogel 81 jaar geworden.

Een struisvogel heeft geen tanden. We mogen de struisvogels mais voeren vanaf de palm van onze hand. Ze pikken de mais uit onze handen, alhoewel meer mais op de grond valt. Wat een bende maken ze ervan.

Het allereerste ei dat een struisvogel legt is klein. Het vrouwtje eet het ei op. Ze krijgt dan veel kalk binnen, waardoor alle andere eieren groot worden. Een ei weegt meer dan 1 kilo. Ter vergelijking: een struisvogelei is gelijk aan 16 kippeneieren. Het koken van een struisvogelei duurt dan ook lang: na 2 uur is het ei gekookt. We mogen op een struisvogelei staan zolang we maar geen 100 kilo of meer wegen.

Ook de veren en huid van een struisvogel worden gebruikt. De halsveren worden eruit getrokken. De struisvogel zou daar niets van mogen voelen. De witte veren worden geknipt. Na negen maanden zijn de veren weer aangegroeid. Van de huid worden o.a. tassen en portemonnees gemaakt.

Aan het einde van de tour kunnen we nog op een struisvogel zitten of er zelfs op rijden. We kijken toe hoe de struisvogel eerst een kap over de kop krijgt, waardoor ze rustig blijft staan en toeristen op een struisvogel kunnen gaan zitten. Bij het rijden wordt het een grote chaos. Wanneer de struisvogel met kap gaat rennen, rennen de andere struisvogels als een kip zonder kop rond. De struisvogelrace met medewerkers van de farm is leuk om te zien.


Met 80.000 inwoners is Oudtshoorn de grootste stad in de regio Little Karoo. Net buiten Oudtshoorn ligt De Zeekoe Guest Farm. De Zeekoe is een prachtig gerestaureerde koloniale boerderij van 150 jaar oud en wordt omringd door de Swartberge en de Outeniqua-bergen. We slapen twee nachten in een van de negen luxury slaapkamers.



vrijdag 25 maart 2016

Karoo National Park


De Karoo is het hart van Zuid-Afrika. Een uitgestrekte halfwoestijn en in het najaar een bloemenzee. Nu is het erg droog en dor. In de zomermaanden (november - maart) kan het overdag erg warm worden (tot 43°C). De Karoo is op te delen in twee gebieden. De iets nattere en meer bergachtige Kleine Karoo en de noordelijker, drogere Grote Karoo. Op de grens van de twee ligt het Karoo National Park waar we vanavond overnachten. We rijden over de R61. Deze weg is langs een lineaal aangelegd, zo kaarsrecht. Verkeersborden waarschuwen voor de vele ongelukken die op deze weg gebeuren.

Bij Rooidam Pardfarm stoppen we even. Het is een kruidenierswinkeltje, in the middle of nowhere, waar echt van alles verkocht wordt. In de vriezer liggen grote stukken vlees. Worst hangt te drogen in een vitrine. T-shirts en bordjes met grappige spreuken hangen aan het plafond. En het is een restaurant. Met handen en voeten leggen we uit dat we een kopje thee willen drinken. Five roses is een begrip in Zuid-Afrika, dat begrijpt ze direct. Aan een tafeltje, waar plantjes gestekt worden, drinken we onze koffie en thee op en bewonderen alle koopwaar die uitgestald staat.

In Beaufort-West stoppen we voor onze dagelijkse boodschappen. Rijen met mensen staan voor de banken. Achteraf horen we dat vandaag de salarissen worden uitbetaald. In de supermarkt is het enorm druk.

Het Karoo National Park is te verdelen in drie hoogvlaktes: het Upper Plateau (1.750 m), het Middle Plateau (1.300 m) en de Plains (840 m). Het hoogste punt in het park is 1.912 m.

Bij de receptie kopen we een wasmunt voor 10 Rand en lopen met onze vuile was naar de camping. Naast het sanitairgebouw eten twee grote schildpadden gras. Terwijl de was draait, lopen we de Fossil Trail, een korte fossielenwandeling van 400 meter waar we op een afstand van enkele meters het ene fossiel na het andere fossiel zien. In het park zijn veel fossiele overblijfselen gevonden waarvan sommigen op miljoenen jaar oud geschat worden.



Op het park zijn twee self-games drives: Potlekkertjie (48 kilometer) en Lammertjiesleegte (10.7 kilometer). In het noordelijke gedeelte van het park zijn 4x4 trails. In de namiddag rijden we de Potlekkertjieloop. De eerste 20 kilometer rijden we door een uitgestrekt, vlak en dor landschap. De dieren zijn op een hand te tellen. Pas als we op het middenplateau rijden, zien we dieren. En dieren die we op eerdere drives nog niet gezien hebben. Een baviaan drinkt met haar jonkie water uit een kleine pas. En verderop zien we vier - veels te grote - oren boven het gras uitsteken. Even later laat de bat-eared fox ook z'n kopje zien. Snel draaien ze zich van ons weg. Er blijkt ook nog een derde vosje te zitten. Ook de gemsbok laat zich voor de eerste keer goed fotograferen. Aan het einde van de loop springt een klipspringer van een stenen muurtje.


We logeren in Karoo National Park Main in een cottage. In onze cottage kunnen zelfs vier personen slapen. We hebben weer een keukentje, waarin we vanavond biefstuk met bloemkool en brocolli klaar maken. Op ons terras kijken we op de bergen. De zon gaat onder. Binnen een kwartier is het donker. We horen alleen de wind nog door de vallei blazen.

In de middag rijden we het Karoo National Park uit. We zijn het park nog niet uit of we worden aangehouden. Een politieagent controleert ons (internationaal) rijbewijs en paspoort en loopt om de auto heen. We mogen weer verder en rijden naar ons overnachtingsadres in Prins Albert. Prins Albert is een klein open lucht museum met prachtige Victoriaanse huizen. Negentien huizen zijn inmiddels een nationaal monument. We hebben wederom een prachtige kamer in bed & breakfast Dennehof Karoo, de Wagon Shed. De Wagon Shed is gerestaureerd van een oude wagenschuur naar een monumentaal gastenverblijf.



woensdag 23 maart 2016

Camdeboo National Park


Tussen 7 en 9 uur kunnen we ontbijten: room service of een buffet aan het zwembad. Het is prachtig weer, we kiezen dus voor het buffet aan het zwembad. Het buffet en de tuin hebben we helemaal voor onszelf.

Voordat we naar Camdeboo National Park rijden, tanken we eerst benzine. Wanneer we het tankstation oprijden, komen drie medewerkers naar onze auto. Een medewerker tankt voor ons, een andere medewerker maakt de voorruit schoon en de derde medewerker is – volgens z’n pet – de qualitymanager. Wanneer de tank vol is, verdwijnt de manager weer.

Camdeboo National Park ligt om Graaff-Reinet. Het park is 19.500 hectare groot en ligt in de Karoo woestijn.

In het park ligt de Nqweba Dam. De Nqweba Dam heette vroeger de Vanryneveld's Pass Dam. Het is een indrukwekkend bouwwerk dat sinds 1925 in gebruik is. De muur die het water tegenhoudt is 46 meter hoog en 357 meter lang. Het water staat laag. De dam kan wel wat regen gebruiken.

Het oostelijke gedeelte is voor de wandelaars en de 4x4 drive auto’s. We rijden door de game viewing area, het noordelijke gedeelte van het park. Dit gedeelte is niet zo groot. Binnen twee uur rijden we alle routes van het park.

Veel dieren lopen alleen. De dieren lijken minder schuw. Een natuurlijke vijand is er niet op het park. Jonge springbokken dartelen door het gras. In de verte zien we gemsbokken, wildebeesten, struisvogels en elands.

Een buizerd vliegt laag over onze auto, op zoek naar een lekkere prooi. Twee muishonden vluchten weg, verbergen zich even onder een struik en lopen daarna het open veld in. Af en toe staat een muishondje stil en zoekt de omgeving af. De buizerd ziet ze niet en vliegt naar de top van een boom.


Verderop kijkt een uil ons – met felgele ogen – indringend aan. Apen springen van tak naar tak en volgen ons. Het lijkt wel of de dieren ons observeren in plaats van dat wij dat doen.

Aan het einde van de middag bezoeken we het westelijke deel van het park. In vijftien minuten rijden we over een steile bergweg naar boven. De parkeerplaats ligt op 1.400 meter hoogte. Op de helling zijn ze bezig met het planten van cactussen en struiken in de kleuren van de Zuid-Afrikaanse vlag (het project The Grand Flag).

We hebben een prachtig uitzicht over de Valley of Desolation. In het midden ligt Spandaukop, een berg met een kegelkop. Het lijkt net een grote rondavel, waarbij het rieten dak begroeid is met struiken. De vallei is echter vooral bekend vanwege de bizarre, steile Doloriet rotsformaties. Deze formaties zijn in de loop van 100 miljoen jaren ontstaan door natuurlijke vulkanische en erosieve krachten. Sommige formaties rijzen tot wel 120 meter boven de vallei uit. De namiddag is de beste tijd om van de vallei te genieten. Door de zonsondergang krijgen de rotsen prachtige kleuren.


De zon gaat langzaam onder. Er valt steeds meer schaduw op de rotsen. Voordat de rode gloed van de zonsondergang verschijnt, is de zon achter de bergen verdwenen. Het kleurenschouwspel is waarschijnlijk in december/januari beter te zien. Na de zonsondergang is het binnen een kwartier donker in Zuid-Afrika. We rijden gauw naar beneden.

'Happy birthday to you, happy birthday to you sir', zingen de kokkin en serveerster van het restaurant van Camdeboo Cottages. Ben is vandaag 60 jaar geworden.





dinsdag 22 maart 2016

Mountain Zebra National Park

Na het ontbijt worden we naar de receptie van het Schotia Park gebracht waar onze auto staat. We laden onze bagage weer in de auto en rijden het binnenland over de N10 in. De N10 loopt van Port Elizabeth in de Oost-Kaap naar Nakop in de Noord-Kaap aan de grens met Namibië. De weg kronkelt zich door een verlaten landschap. Vanaf de vangrail kijken apen naar de passerende auto’s. Op 200 kilometer komen we door drie dorpjes: Paterson, Middleton en Cradock. Vanuit Cradock loopt een secundaire weg naar Stormbergen, waar een groot aantal rotstekeningen te bekijken zijn. Wij slaan linksaf, de R61 op. 15 kilometer verder zien we aan de linkerkant van de weg de afslag naar het Mountain Zebra National Park. Het is dan nog 15 kilometer rijden naar de ingang. Het park is niet groot, ongeveer 6.500 hectare.

Het park werd in 1937 opgericht ter bescherming van de bergzebra’s. Rondom Cradock leefden toen nog maar zes zebra's. Toch lukte het in de beginjaren nog niet om meer bergzebra’s te krijgen. In 1950 is daarom een groep van 11 zebra's uit een privé-collectie uitgezet in het park. Van daaruit groeide het aantal tot de driehonderd die er nu leven. De bergzebra is herkenbaar aan een oranje bles op de kop en het smallere, duidelijkere strepenpatroon. De strepen staan ook dichter bij elkaar en de verticale strepen lopen langer door over het lijf. Pas bij het achterwerk starten de horizontale strepen. Het lijkt daardoor net of de zebra een broek aan heeft. 


Er zijn drie routes die met de auto in het park gereden kunnen worden: Kranskop Loop, Rooiplaat Loop en Ubejane Loop. Op de Rooiplaat Loop lopen de meeste dieren rond. In het park leven niet alleen zebra’s, maar ook de zwarte neushoorn, de Kaapse en Afrikaanse buffel, elands, koedoes, gnoes, springbokken, leeuwen en cheeta’s.

Bij de ingang van het park worden we ontvangen door twee bewapende rangers. Na het invullen van het formulier rijden we naar de receptie, waar we een permit voor de dag krijgen. De receptie, het restaurant en de camping liggen midden op het park. Vanaf de receptie volgen we het noordelijke gedeelte van de Kranskop Loop. De weg slingert zich omhoog. Vanaf de top kunnen we heel ver kijken. Het uitzicht doet ons denken aan de bergketens in Arizona en Utah.


We slaan rechtsaf, rijden de Rooiplaat Loop op en komen op een grote, open grasvlakte, bezaaid met rotsblokken. Ondanks de hitte grazen toch nog dieren op de vlakte, wel vaak op grote afstand van de weg. Voor de dieren is er geen schaduw of beschutting voor roofdieren. Een stokstaartje steekt de weg over, gaat twee keer in de wacht staan, voordat het diertje in het dorre gras verdwijnt.


Over de Link Road en Ubajane Loop verlaten we het park. Het is nog 130 kilometer naar Graaff-Reinet. Graaff-Reinet is gesticht in 1768, en is daarmee de vier na oudste blanke nederzetting in Zuid-Afrika. Er wonen ongeveer 27.000 mensen in Graaff-Reinet. De stad heeft vele, prachtige historische gebouwen en telt maar liefst meer dan 220 nationale monumenten, waaronder onze cottage in het centrum.

We verblijven twee nachten in Camdeboo Cottages. De cottages liggen naast en aan elkaar. Het zijn gerestaureerde woningen die in het midden van de 19e eeuw gebouwd zijn.

De cottages zijn lang en smal, met achter elkaar een woning, een slaapkamer, een keuken, een badkamer en nog een slaapkamer. Echt alles is aanwezig in de cottage. Via een binnenplaats hebben we ook toegang tot de cottage. Op de binnenplaats kunnen we ook de auto parkeren.


Schotia

Foto's
Film
De auto verbruikt veel benzine in Addo National Park. We leggen niet veel kilometers af, maar met de vele klimmetjes en de lage snelheden gaat het hard met de benzine. Addo speelt daar op in en heeft een eigen benzinestation. We gooien de benzinetank helemaal vol, zodat we na ons bezoek aan Schotiapark voldoende benzine hebben om over de N10 naar de bewoonde wereld te rijden. De benzine in Zuid-Afrika kost net iets meer dan 11 Rand per liter, nog geen 70 eurocent.

Om halfdrie worden we verwacht in het Schotiapark. We doen nog een kort rondje Addo voordat we naar Schotia rijden. Dat rondje wordt wel heel kort. We zien een rij met auto’s staan en rijden ernaartoe. Achter de laatste auto stoppen we. Andere auto’s vertrekken, zodat we steeds een plaatsje opschuiven. Na enig speuren zien we een leeuw liggen, in de schaduw van een struik, op ongeveer 60 meter van de auto. Hij kijkt nog even naar de file van geparkeerde auto’s en legt z’n kop neer. We zien nog net z’n donkere manen boven het gras uitsteken. Na een half uur rekt hij zich uit en gaat op z’n rug liggen, met de achterpoten in de lucht (net als onze hond). Hij ligt heerlijk, af en toe strekt hij de achterpoten even.

Rechts, voor de leeuw links, komt een wrattenzijn aanlopen. Het zwijntje vertrouwt het niet helemaal, stopt bij een klein struikje, observeert de omgeving en besluit toch rechtsomkeer te maken. De leeuw reageert nergens op, niet op het zwijntje, niet op ons. Hij is in dromenland en volgens een langs rijdende ranger waarschijnlijk nog wel tot de zon ondergaat. Na zestig minuten naar een struik met een luie leeuw ergens ervoor gekeken te hebben, rijden we weg. Op naar Schotia.

Schotia is het oudste privé game reserve in de Oost Kaap, al generaties lang in het bezit van de familie Bean. Het park ligt naast Addo en is het allereerste privaat wildpark in de Oost-Kaap waar leeuwen vrij rondlopen in de natuur. Begin 19e eeuw was het nog een veebedrijf. Vier lokale boeren verkochten hun vee en lieten de natuur op hun beloop zodat er wilde dieren op konden worden uitgezet. Het park is 1.600 hectare groot.

Na een kopje thee/koffie gaan we op pad met ranger Edward. In een open 4x4 landrover rijden we naar het reservaat. Al snel ontmoeten we Millenium, een olifant geboren in – uiteraard – 2000 en inmiddels dus 16 jaar oud. De olifanten zijn dol op de vruchten van de cactussen. De cactussen zijn helemaal kaal gevreten. Millenium is druk bezig om met z’n slurf gras uit de grond te trekken. Met z’n voorpoot snijdt hij het gras af. Hij stoort zich verder niet aan ons. De jeep staat misschien op een meter afstand. Op een andere excursie vinden we Millenium bij een afvalplaats. De ranger wil dat hij daar vertrekt. Ook daar trekt hij zich niets van aan. Hij draait zijn dikhuid-achterwerk naar ons toe en loopt demonstratief weg. De volgende morgen vinden we hem daar weer. Waarschijnlijk ruikt hij nog fruit, dat niet goed verbrand is.

In het park zijn nog zeven olifanten die we regelmatig – op afstand – tegen komen. De olifanten beschadigen veel beplanting. Om sommige bomen te beschermen, zijn er bijenkasten bij bomen geplaatst.

De struisvogels hebben drie jonkies gekregen. De jonkies zijn nog geen twee dagen oud en proberen de ouders bij te houden. Veel aandacht krijgen ze niet van de ouders. Bij gevaar rennen ze hard weg, zonder zich te bekommeren om de veiligheid van de jonkies. Iedere keer wanneer we ze weer zien, missen we een jonkie. Waarschijnlijk al opgegeten door een lynx of een arend. De struisvogels zijn na twee dagen weer met z’n tweetjes.

De rangers zijn tijdens de gameview steeds met elkaar in contact over waar zij dieren spotten. Op de radio horen we dat een ranger buffels gezien heeft. We zitten aan de andere kant van het park en rijden zo snel als mogelijk – we rijden over autosporen, wegen zijn er niet op het park – de heuvel op. Nog net op tijd vangen we een glimp van deze beesten op. Het is net of ze een hoofddeksel – met een scheiding in het midden – op hebben, die ze zo af kunnen doen. Ranger Ed vertelt ons dat niet zozeer de grootte van het ‘hoofddeksel’ maar het aantal putten in de deksel de leeftijd verraadt van de buffel. Hij heeft dat nog niet gezegd, of de buffels rennen de heuvel af. En niet alleen de buffels. Impala’s, springbokken, hartebeesten en koedoe’s vluchten naar beneden. Waarschijnlijk ruiken zij een leeuw (uit het Addo park).


Rond vijf uur stappen we uit in een afgeschermd gebied tussen het noordelijke en zuidelijke gedeelte van het reservaat. We kunnen even de benen strekken, naar het toilet gaan en genieten van een kopje thee/koffie met een stukje zelf gebakken brood (met jam) voordat we op zoek gaan naar de leeuwen.
In het noordelijk gedeelte van het park zitten de leeuwen. Schotia heeft drie leeuwen. Onder een boom ligt de oudste leeuw van het park. Hij heeft nog niet zo lang geleden een koedoe gevangen. We stoppen vlakbij de leeuw, misschien op nog geen drie meter afstand. De leeuw wijkt niet van z’n prooi. Volgegeten of eigenlijk meer volgevreten, alleen de kop van de koedoe ligt er nog en verder alleen afgekloven ‘spareribs’, ligt de leeuw uit te buiken.  Verderop liggen nog twee leeuwen, een mannetje van drie jaar en een vrouwtje van zes jaar. Pas als de leeuw de koedoe op heeft, zoekt hij de andere twee leeuwen weer op. Het jonge mannetje is alle aandacht beu. Hij trekt zijn bovenlip op en laat een paar tanden zien. Tijd om te gaan.

 

Wanneer het begint te schemeren, gaan we naar de lapa, een open lucht restaurant. Naast de lapa ligt een vijver, de woning van twee krokodillen. ’s Ochtends en aan het einde van de middag zien we de krokodillen op het gras liggen. In de ochtend ligt de krokodil heel vaak met de bek open gesperd, minutenlang. In de middag verstoppen ze zich in het water, tot er een prooi voorbijkomt. Een paar weken geleden was dat het hondje van de eigenaar van het park.


Het kampvuur op de lapa brandt al. De rangers gooien steeds droge takkenbossen op het vuur. Om het kampvuur staan stoelen. Met een drankje warmen we ons op voordat we aan tafel gaan. Er staat een buffet met rijst, aardappelen, groenten, lamsvlees en kip. De rangers zijn nu ‘opscheppers’ – in de letterlijke zin van het woord – en scheppen het voedsel op de borden. Op die manier kan iedereen snel eten. Een tweede of derde keer opscheppen mogen we zelf doen. De rangers worden obers. Alleen zij mogen naar de bar om drankjes te halen voor hun jeepgasten. Ook het afruimen van de tafels en het brengen van de toetjes – Afrikaanse traditionele en heerlijke malvapudding met slagroom of ijs – doen de rangers. Een werkdag van een ranger begint om 7 uur ’s ochtends en eindigt om 10 uur ’s avonds. En dat zes dagen in de week.

Na het diner gaan we weer op pad. Met grote lampen op de landrover zoeken we naar dieren die in het donker actief zijn, en specifiek naar nijlpaarden. De rangers hebben ook nog een lamp in de hand, waarmee ze de heuvels afzoeken. Alle jeeps rijden een andere kant van het park op. Wanneer de nijlpaarden gespot zijn, is er radiocontact en rijden alle jeeps naar de nijlpaarden toe. De nijlpaarden worden dan – enigszins - in de spotlights gezet zonder dat ze er last van hebben. Onverstoord smullen ze van het gras.

De ranger brengt ons naar onze bushlodge, die op het park ligt. Scotia heeft kamers bij de stallen, rondavels, tenten en cottages voor de overnachting. We logeren in de Springbok, een familie lodge voor 4 personen. Op het pad naar de lodge toe staan allemaal petroleumlampjes. De bushlodge heeft een eigen badkamer met toilet en een ouderwetse open haard. Op een eenpits campinggasstelletje kunnen we water koken voor koffie en thee. Electrische verlichting is er niet. Aan de muren hangen kaarsen die we aan kunnen steken. In de lodge is wel een stopcontact, zodat de batterij van de fotocamera opgeladen kan worden.

’s Ochtends om 7 uur haalt ranger Edward ons weer op. Terwijl we op hem staan te wachten, gluurt een aapje vanaf de top van ons rieten dak naar ons. Wij vinden het schattig, maar beginnen toch anders naar de apen te kijken wanneer we de verhalen van de lokale bevolking horen. De apen vernielen van alles en zijn agressief. Niet alleen naar de mensen, maar ook naar de dieren. We horen een verhaal over apen die vogels de nek omdraaien.

Op onze ochtendexcursie spotten we twee neushoorns. De motor van de jeep blijft aan, zodat we snel weg kunnen rijden als de mannetjes neushoorn met de verkeerde poot uit het water is gestapt. De motor kan al snel uit, beide neushoorns besluiten om voor ons op de grond te gaan liggen.
Beide neushoorns missen het grootste gedeelte van de hoorn. Op een eerdere safaritocht – bleek achteraf – is een stroper mee geweest. Bij het spotten van de neushoorn, gaf hij via de mobiele telefoon de GPS-coordinaten door aan een collega buiten het hek. ’s Avonds zijn de stropers het park opgekomen, hebben de neushoorns verdoofd en de hoorns afgezaagd.

Tijdens de zeven gameviews op Schotia spotten we steeds giraffen, maar de giraffen lopen vaak op de toppen van de heuvels. Wanneer we met de jeep naar de heuvels rijden, zijn de giraffen al weer weg. Echt dichtbij komen, lukt niet. Het lijkt wel alsof de giraffen weten dat ze zo ver mogelijk van de autosporen weg moeten blijven. De ranger stopt zo dicht mogelijk bij de dieren. De helling is zo steil dat zelfs de jeep moeite heeft om omhoog te rijden. We stappen uit. Helaas blaast de wind in onze rug, waardoor de giraffen ons ruiken en weer van ons weg lopen. Voorzichtig volgen we ze, goed om ons heen kijkend of er geen andere wilde dieren in de buurt zijn. Of dat er onder een struikje een slang ligt. De giraffen beginnen ons te vertrouwen. Ze houden ons wel in de gaten, maar lopen niet verder. Langzaam komen we steeds dichterbij. Een geweldige afsluiting van twee hele bijzondere dagen op Schotiapark.

zondag 20 maart 2016

Addo Elephant National Park


Op naar de Big Five! Op 220 km rijden ligt het Addo Elephant National Park en aangrenzend de Scotia Safaris Game Farm. De komende vijf dagen gaan we op safari. We rijden op de N2 zo snel mogelijk naar de zuidelijke ingang van het Addo-park, de Mathyolweni Gate. Het park is in 1931 opgericht, om de elf olifanten die toen in het gebied verbleven, te beschermen. In het park wonen nu meer dan 600 olifanten, maar ook leeuwen, buffels, zwarte neushoorns, jackhals, gevlekte hyena's, luipaarden, hartebeesten, elands, kudu’s, duikers, grijsbokken, zebra’s, wrattenzwijnen, meerkatten, de vervetaapjes en tal van kleinere dieren, waaronder de beschermde Addo mestkever. Kortom, in het park leeft niet alleen de Big Five. Bij de ingang van het park hangt een plattegrond met daarop aangegeven waar de dieren voor het laatst gezien zijn. Bij het inrijden van het park controleert een bewaker onze kofferbak op …. wapens? Ook bij het verlaten van het park moeten we de kofferbak weer openen. We krijgen een kaart mee, waarop we kunnen aankruisen welke dieren we onderweg zien. En dat worden er heleboel, niet alleen in soorten maar ook in aantallen. Na ons bezoek aan het park hebben we vier (leeuw, olifant, buffel en neushoorn) van de Big Five gezien en nog een heleboel andere dieren.

Het wildpark is 180.000 hectare groot en is daarmee het derde nationale park van Zuid-Afrika. De begroeiing van het park bestaat vooral uit lage en middelhoge planten, bomen en struiken. De wegen zijn veelal onverharde en kronkelige paden, op een behoorlijk glooiend terrein. Op het park is de maximumsnelheid 40 kilometer. Soms lopen de dieren langs of op de weg, soms zien we dieren op de grasvlakten wandelen of liggen, soms komen de dieren opeens vanachter een boom of struik tevoorschijn.


Plekken om dieren te spotten zijn de waterplassen. Veel dieren komen op deze plekken voor water en verkoeling. Veel van de waterplassen in Addo staan (bijna) droog. Bij de Hapoor Dam staat er nog wel voldoende water. De naam Hapoor is afkomstig van de vroegere leider van de olifanten. Deze olifant had een hap uit zijn oor. De groep verstootte de leider, en Hapoor ontsnapte uit het Addo Elephant Park. Al snel na z’n ontsnapping werd hij gedood omdat hij te agressief was. De waterplas is vernoemd naar deze olifant. Regelmatig rijden we even langs de Hapoor Dam. We zien aan de vele uitwerpselen op de grond dat er veel olifanten naar de Hapoor Dam komen. Een paar keer komen we vergeefs, slechts een paar vogels liggen in het water. En dan spotten we tussen de bomen een olifant. Het lijkt alsof de olifant heel doelbewust naar de Hapoor Dam loopt. We volgen de olifant. Vlak voor onze auto steekt de olifant over en blijft net voor ons lopen. In de verte zien we de Hapoor Dam al liggen. We rijden alvast door en zien meer dan twintig olifanten al bij de waterplas staan. Wanneer ‘onze’ olifant ook aankomt bij de waterplas, doen alle olifanten een paar stappen naar achteren. Op afstand kijken de olifanten hoe de mannetjesolifant drinkt uit de waterplas. Voorzichtig komen de andere olifanten weer dichterbij. De jonge olifanten worden beschermd. Omringd door andere olifanten worden ze meegenomen. Een oudere olifant geeft de jonge olifant via de slurf heel voorzichtig water. Op nog geen vijf meter van onze auto staan zeker 20 olifanten te wachten op het startsein van de leider. Na tien minuten verlaten ze de waterplas. De vrouwtjes met jongen gaan de ene kant op, de mannetjes lopen alleen het park weer in.

We zien de Addo mestkever druk bezig langs de weg. De Addo mestkever kan niet vliegen. De ongevleugelde mestkever kneedt de mest van olifanten tot een balletje, legt er een eitje in en rolt het vervolgens weg. Ook deze dieren worden met uitsterven bedreigd. Overal in het park staan borden met de waarschuwing niet over de mesthopen van olifanten te rijden en zo de beschermde kevers te ontwijken.

In de namiddag rijden we het park weer op. Er staat een frisse wind, de temperatuur zakt snel. De dieren zijn heel actief en lopen dicht langs de weg. Het lijkt wel of alle kuddes zich hergroeperen voor de nacht. We zien grote groepen buffels lopen, in eerste instantie lijkt het alsof ze naar een waterplas lopen. Steeds meer buffels sluiten ze bij de groep aan. En dan besluit de leider om rechtsaf te gaan, en voor onze auto over te steken. De groep – inmiddels zijn het er wel tientallen - volgt, eet nog wat gras, en steekt ook over. Ruim tien minuten staan we tussen de buffels. De auto staat voor de zekerheid in de achteruit. Ook de olifanten gaan aan de wandel. Overal zien we olifanten. Er ontstaan hele opstoppingen van auto’s, die geen kant meer uit kunnen. De olifanten bepalen op het park de regels. Sommige olifanten komen wel heel dicht bij onze auto. Zo dichtbij dat we in de auto toch wel even onze adem inhouden als er een olifant recht op onze auto afkomt en op nog geen halve meter langs de auto loopt. Wat is een olifant groot, en wat voelen we ons klein in onze auto.


We zouden twee nachten verblijven in Addo Rest Camp, maar ook bij deze boeking is de betaling niet goed gegaan en daarmee de reservering geannuleerd. Na de problemen in Tsitsikamma hebben we Zuidafrikaspecialist.nl gevraagd de andere geboekte accommodaties nog even te controleren. In Tsitsikamma hoorden we al dat we maar een nacht kunnen overnachten in Addo. Zuidafrikaspecialist.nl vindt een vergelijkbare accommodatie, op 11 kilometer van het park, bij De Aardvark. Beide nachten slapen we in een rondavel, een rond huisjes met een rieten dak, met airconditioning, een eigen badkamer en koelkast. Het rondaval op Addo staat vlakbij een waterplas. Vanaf het rondaval kunnen we de olifanten zien drinken en douchen (met water of modder). Het is een komen en gaan van kuddes olifanten. Geduldig staan ze op elkaar te wachten. En aan het einde van de middag zien we zelfs een neushoorn uit de waterplas drinken.

zaterdag 19 maart 2016

Offline

Voor de vaste lezers van ons blog: we zijn op safari. We verwachten dat we nog drie dagen offline zijn, omdat er geen internet is. Onze reisverhalen worden later geplaatst.

donderdag 17 maart 2016

Tsitsikamma


Nadat we een was gedraaid hebben, lopen we - via de Mouth Trail (Mondwandelpad in het Afrikaans) - over korte trappen en een boardwalk - naar de Suspension Bridges. Dit zijn drie hangbruggen in het park. Anderen telden voor ons op de route naar de eerste hangbrug als op de terugweg vanaf de andere twee bruggen, 118 treden over een helling van een kleine 150 meter. We trainen wat af op onze vakantie. 


Onderweg zien we verschillende groepen dassies. Een groep is druk bezig gras te eten. Ze zijn niet echt schuw en kijken ons heel boos aan. Anderen liggen lekker in het zonnetje op een paar rotsblokken of op takken in de schaduw.

Op de hangbrug hebben we een mooi uitzicht over de monding van de Stormsrivier die zich een weg baant tussen de steile rotswanden. De eerste hangbrug dateert uit 1969 en is 77 meter lang en 7 meter hoog. In 1996 is de brug hersteld. Tien jaar later werd de brug - na een brand - geheel vervangen. Tegelijkertijd werden de twee andere hangbruggen gebouwd, die 39,5 en 50,5 meter lang zijn. Er mogen maar 25 personen tegelijk over de hangbruggen lopen. De hangbruggen zijn vrij stabiel. De bewegingen van wandelaars laten de bruggen enigszins schommelen.

Na de wandeling drinken we wat in het restaurant en gaan we weer terug naar onze chalet. We lunchen op het terras en genieten van de Indische Oceaan, die met kracht op de kust beukt. Metershoge golven krullen om en slaan op de rotsen stuk, wat een regengordijn van druppels geeft.

Tsitsikamma National Park is bij uitstek een wandelgebied. Diverse wandelingen zijn er uitgezet, waaronder de Otter Trail, een meerdaagse wandeltocht door Tsitsikamma National Park. Om deze trail te kunnen wandelen, is een vergunning nodig. Korte wandelingen zijn er ook voldoende. We lopen ‘s middags de Blue Duiker Trail van 3,5 kilometer en een gedeelte van de Loerietrail. De Loerietrail is vernoemd naar de Knysna Loerie, een prachtige groene vogel met kuif, die zodra hij vliegt zijn rode vleugels laat zien. De wandeling gaat door het bos. Het eerste stuk van de wandeling gaat redelijk steil omhoog. Op de top is een uitzichtpunt, waar we over de oceaan kijken. Met een verrekijker zoeken we naar dolfijnen, maar die laten zich niet zien. We lopen verder. Het wandelpad splitst zich. We volgen de bordjes van de Blue Duiker Trail. Het wandelpad is niet altijd even goed aangegeven. Bij een prachtige waterval twijfelen we even of we het riviertje moeten oversteken. We zien aan de overkant van het riviertje wel een paadje omhooglopen en besluiten door het water te waden. Lange tijd zien we geen bordjes meer. We houden ons maar vast aan de gedachte dat de naambordjes op de bomen voor de wandelaars van de Blue Duiker Trail zijn. Uiteindelijk komen we bij een autoweg. De Trail gaat aan de andere kant van de weg weer verder. In de verte horen we knorrende geluiden, die steeds dichterbij komen. In het gebied leven ook Afrikaanse zwijntjes. Helaas verdwijnt het geluid steeds meer naar de achtergrond. We zien de Oceaan weer. 

We komen steeds meer in de bewoonde wereld. En dan zien we een Blue Duiker. De Blue Duiker is geen vogel, maar een kleine blauwgrijze antilope. Deze antilope heeft grote ogen en vrij kleine oren en wordt ongeveer 35 cm hoog. Tussen de struiken loopt een blauwe duiker. De antilope is wel schuw, maar als we rustig blijven staan, eet de antilope weer verder van de blaadjes. Af en toe kijkt de antilope even op. Na een tijdje komt de antilope naar ons toe, blijft even staan, kijkt ons met grote ogen aan, draait de oren en knikt naar ons. Na een paar tellen springt de antilope over de struikjes weg.


woensdag 16 maart 2016

Robberg Nature Reserve


Gisteren kregen we een mail dat onze auto zo snel als mogelijk omgeruild moest worden. Opdracht van het hoofdkantoor in Kaapstad, niemand weet de reden. We rijden weer vertrouwd Kia, wel een grotere uitvoering dan thuis. Met een witte Kia Sportage vervolgen we onze reis. Geen auto met allerlei elektrische snufjes, maar ouderwets starten met een sleutel en zelf de kofferbak openen. De bediening op het stuur is andersom. De gehele dag gaan de ruitenwissers aan als we links- of rechtsaf willen slaan. Links rijden went sneller.

Op een half uurtje rijden van Knysna ligt Plettenberg Bay. Plettenberg Bay is een mondaine kustplaats met zo'n 12 kilometer lang zandstrand. Veel gepensioneerde Afrikanen wonen hier. In de baai is er goede kans op het spotten van walvissen tussen juli en november. Er komen jaarlijks zo'n 1.600 walvissen in de baai. Zo'n acht kilometer buiten het dorp ligt het Robberg Nature Reserve. Het natuurreservaat ligt op een schiereiland. De entree voor het reservaat is 40 Rand per persoon. Toegang is voor ons Wildcard-houders gratis.  Online hebben we al eerder een International All Parks Cluster gekocht. De Wild Card kost 2.770 Rand voor twee personen. Vanaf de aankoopdatum mogen we onbeperkt alle nationale parken van Zuid-Afrika bezoeken binnen een periode van één jaar. Omdat we tijdens onze vakantie meerdere parken gaan bezoeken is een Wild Card voordeliger dan telkens de toegangsprijs voor een park te betalen.

Na het invullen van een formulier krijgen we een permit met een kaart van het schiereiland. We rijden door naar het parkeerterrein, waar ook een toilet is. Er is geen restaurantje. Op het schiereiland zijn drie wandelingen uitgezet. We kiezen voor de Windsandtrail van 5,5 kilometer. We volgen de wandeling met de klok mee, anders maken we het ons moeilijker dan nodig. Op de wandelroute op de kaart zien we op de terugweg een doodshoofdje staan met in de legenda ‘dangerous area on trail’. Spannend welke gevaren we onderweg tegen gaan komen. Schattige zeehonden op bordjes wijzen ons in ieder geval de weg.

De wandeling loopt langs de kliffen van het schiereiland. Het is een gevarieerde en spannende wandeling. We wandelen over vlakke paden, klimmen en klauteren over rotsblokken, trekken ons op aan balustrades of rotsblokken en kijken zo min mogelijk in de afgrond. Behalve als we zeehondengeluiden horen en de zeehonden ruiken. Helemaal beneden, op grote rotsen, ligt een kolonie zeehonden. Ook in de zee zien we de zeehonden zwemmen.

Bij Witsand, een grote duinvlakte, keren we om. Op het strand, waar de Indische Oceaan van verschillende kanten komt aanrollen, zitten vele vogels. Zolang we doen of we langs lopen, mogen we dichterbij komen. Ook de terugroute is uitdagend en zeker niet zonder gevaar. Af en toe is het puzzelen welke rotsblokken de meeste houvast geven bij de klim naar boven.

Na de heerlijke – en intensieve - wandeling rijden we terug naar Plettenberg Bay, waar we lunchen en boodschappen doen. Na 65 kilometer zijn we bij het Storms River Mouth Rest Camp in Tsitsikamma Nationaal Park. Het Tsitsikamma National Park ligt aan de kust en strekt zich bijna 80 kilometer uit langs de Indische Oceaan tussen Plettenberg Bay en Port Elizabeth. De naam komt van de Khoi-stam en betekent 'plek met veel water'. Het park is in 1964 gesticht en op sommige plekken slechts 1,5 kilometer breed. De rivier loopt door het park en komt in de zee uit. Om 4 uur arriveren we.

We overnachten twee nachten in Storms River Mouth Rest Camp. De houten chalets op palen liggen direct aan de Indische Oceaan. Ook is er een camping. Bij de receptie blijkt dat de betaling niet is aangekomen en daardoor onze reservering is geannuleerd. We nemen contact op met Zuidafrikaspecialist.nl, die snel voor ons een ander chalet boeken. Onze chalet heeft twee slaapkamers en een kleine woonkamer waar we kunnen zitten en televisie kunnen kijken. De keuken is ingericht met een kookplaat, oven, magnetron, waterkoker en koelkast. De badkamer heeft een wc en douche.

dinsdag 15 maart 2016

Knysna Diepwalle Forest


We rijden over de R339 naar het Diepwalle Forest Station. Het is slechts 25 kilometer, maar de gravelweg zorgt ervoor dat we niet hard kunnen rijden. Na drie kwartier zien we het Station. Diepwalle Forest is een tropisch regenwoud. Alleen met een permit is het toegestaan om in het regenwoud te wandelen. De permit kost 19 Rand per persoon (1,15 euro). Voor Wildcardhouders is de permit weer gratis. Voordat we aan onze wandeling beginnen, drinken we eerst nog wat in de tearoom dat ook een klein campingwinkeltje is. De voorraad staat op drie plankjes. We kunnen kiezen uit drie routes, variërend van 7 tot 9 kilometer. We pakken de rode route van 7 kilometer (Elephant Walk I), die ongeveer 3 uur wandelen is. Gele bordjes met een rode olifant op de bomen geven de route aan.

De Red Elephant Walk begint met een lange afdaling. We lopen in de schaduw van de overhangende takken van de bomen. De zon komt nauwelijks op de grond. Op sommige plekken is het dan ook modderachtig of glad van het mos. De wandeling loopt ook door een rivier. Het water staat laag, waardoor we rotsen in het water kunnen gebruiken om droog over te komen. Na 5 kilometer wandelen komen we bij een picknickplaats. Er is zelfs een toilet, waar al heel lang niemand geweest is. Alleen de weg ernaar toe is al ‘behangen’ met spinnenwebben. Er staat ook een grote waterton met een kraantje. Op de picknickplaats eten we onze meegenomen muffins uit de ontbijtmand op. Water drinken we voor de zekerheid toch maar uit de flesjes die we meegenomen hebben. Het venijn van de Red Elephant Walk zit in de laatste 2 kilometers. Het pad is smal, glad en loopt behoorlijk omhoog. Over de 7 kilometer hebben we – op ons gemak – 3 uur gedaan.

In Diepwalle Forest leven nog een paar olifanten. Iedereen doet heel geheimzinnig over het aantal olifanten. Sommige zeggen dat er maar een olifant nog leeft in het woud, anderen weer zeven. Wij hebben de beroemde Knysna olifanten op onze wandeling niet gezien. Ook hebben we geen apen gezien die ook in dit bos leven. We hebben in een flits een dier gezien dat het wandelpad overstak, maar dat ging zo snel dat we niet eens weten wat voor dier het was. We hobbelen en stuiteren over de onverharde weg weer terug. Wanneer we het bos uit zijn, rijden we door een sloppenwijk. De huisjes zijn gemaakt van houten planken. De kippen en koeien wandelen los rond. Iedere keer zijn we er toch weer stil van.


We zoeken de Zevenpassenweg nog een keer op, nu vanaf de andere kant. Zonder TomTom deze keer, maar wel met Ben als een levend navigatiesysteem achter het stuur. Net voorbij Rheenendal begint de Zevenpassenweg. Het asfalt houdt direct op. Tegenliggers zien we van veraf aankomen. Grote stofwolken stijgen boven de bomen uit. De weg is geen gevaarlijke of spannende route. De wegen zijn breed en goed begaanbaar. Wat de route leuk maakt, zijn de ontmoetingen en verrassingen onderweg: verkeersregelaars die ons met handen en voeten duidelijk maken dat we ‘even’ moeten wachten, vrachtauto’s met boomstammen, overstekende koeien.


En weer lukt het ons om – na een paar passen – van de route af te raken. Maar daar hebben we geen spijt van. Voor ons steekt een groep apen de weg over. Op hun gemak klauteren ze in de bomen, voordat ze verder trekken.

maandag 14 maart 2016

Knysna Heads


‘s Ochtends worden we verrast met een heerlijk ontbijt. Om 9 uur brengt een medewerker van het kleinschalige vakantiepark een mand met croissants, muffins, muesli, appels, beleg en vruchtensap.

Het is weer prachtig weer, een heerlijke dag om de prachtige Knysna Lagoon met een kano te bezoeken. We rijden naar het centrum van Knysna en via de brug op Long Street naar Thesen Island. Op het eiland zit Water Club, waar we een tweepersoonskano huren. De huurprijs is 360 Rand voor 2 uur.



We kanoën eerst door de waterstraten van Thesen Island, voordat we de lagoon opvaren. Het is nog eb, het water staat laag. Zo laag dat we moeten oppassen om niet vast te raken. De stroming, golfslag en wind wordt sterker nadat we om Thesen Island zijn. We kunnen de opening bij Knysna Heads al goed zien. Door wat dichter langs de grasvlaktes – een prachtig gebied voor allerlei vogels – te kanoën, komen we met een lichte inspanning bij Leisure Island. Vanaf daar kanoën we met de stroming mee terug naar het verhuurbedrijf.

Op vijf minuten rijden ligt het winkelcentrum Woodmille Lane. We rijden nog even naar de supermarkt en halen boodschappen voor de komende twee dagen. In onze lodge lunchen we.

Na de lunch rijden we naar Knysna Heads. Het uitzicht is prachtig. De Indische Oceaan komt - door de nauwe toegang van twee heuvels (Eastern Head en Western Head) - uit in de Knysna Lagoon. Hoge golven en een sterke stroming zorgen voor prachtige natuurplaatjes. Kayakkers trotseren het natuurgeweld en peddelen steeds dichter naar de ‘mouth’ van de Heads tot een hoge golf hen overspoelt. Ze komen weer boven en draaien snel om. Met de stroming mee zijn ze al gauw weer uit ons zicht.


In het merengebied leeft het Knysna zeepaardje, het meest bedreigde zeepaardje ter wereld. Er is een internationaal kweekprogramma opgestart om deze soort in gevangenschap verder te kweken.

Op ons terras eten we rijst met biefstuk en salade en genieten van het uitzicht op de Knysna Lagoon. De zon gaat langzaam onder.



zondag 13 maart 2016

Op weg naar Knysna

Het ontbijtbuffet van Aan de Oever is uitgebreid: fruitsalade, yoghurt, muesli, brood, hartig en zoet beleg en ei (roerei, gekookt of gebakken op bestelling). Als verrassing is onze auto ook nog gewassen en krijgen we in een papieren zakje twee vers gebakken muffin voor onderweg mee.

De dag start regenachtig. We hebben vandaag nog een flinke autorit van 300 kilometer voor de boeg. We rijden naar Knysna (uit te spreken als Nijsna), een plaatsje bekend om haar geweldige ligging. In Knysna hebben we daarom ook drie nachten een lodge geboekt.

Het eerste gedeelte van de route gaat weer over de N2. De N2 heeft over het algemeen maar één rijbaan. Af en toe zijn er inhaalplekken, maar voor de ongeduldige chauffeurs te weinig. Daar hebben de Afrikanen iets op gevonden. Het langzamere verkeer wijkt – bij achterop komend verkeer – deels uit naar de vluchtstrook. Het snellere verkeer kan dan rechts op de rijbaan inhalen. Na de inhaalactie gaan de alarmlichten als dankje kort aan. Ben maakt zich de Afrikaanse rijstijl gauw eigen. Regelmatig rijden we met de linkerbanden op de vluchtstrook of knipperen onze alarmlichten toch vaker?

We volgen de beroemde Tuinroute, die grofweg tussen Mosselbay en Tsitsikamma National Park ligt. De route geldt als een van de mooiste stukken van Zuidafrika. Het is een hele avontuurlijke en toegankelijke route met uitbundige flora die het hele jaar door bloeit. De infrastructuur is goed. Vroeger was de hele kuststrook bedekt met regenwoud. Jammer genoeg is het grootste deel van het regenwoud gekapt, maar delen kunnen we nog steeds zien. Over een paar dagen logeren we in het Tsitisikamma National Park waar de oceaan en het regenwoud naast elkaar liggen.

Na George pakken we de Zevenpassenweg, ook wel de Old Knysna George Road genoemd. Vroeger was deze weg onderdeel van de Tuinroute. De Tuinroute vervolgt zich nu over de N2. Parallel aan de N2 loopt de Zevenpassenweg. De weg is ongeveer 75 kilometer lang en 160 jaar geleden aangelegd.

Grotendeels zijn het gravelwegen. Weinig toeristen rijden deze weg. De weg begint verhard. Het is wel enige tijd geleden dat de weg onderhouden is. De rijbaan is smal. We rijden met de Nissan op het midden van de weg. Over de bruggen kan maar 1 auto tegelijk. Grote, groene varens groeien langs de kant van de weg. De toppen van de bomen maken een haag over de weg. De begroeiing is enorm dicht. De weg kronkelt omhoog en weer naar beneden en wordt steeds breder. De begroeiing wordt steeds minder. En dan staan we in Wilderness. De TomTom stuurt ons - na twee passen - van de route af. We keren niet meer om en rijden door naar Knysna.

Knysna staat bekend om het hout. Er zijn veel winkels waar je houtsnijwerk kunt kopen. Het dorp ligt tussen Plettenberg Bay en George in en heeft 54.000 inwoners. Het grote bosgebied en de Knysna Lagoon trekken veel toeristen.

We logeren drie nachten in Abalone Lodges, een park met 16 blokhutten.

Onze blokhut heeft een bubbelbad, sateliettelevisie, een kitchenette met koelkast, magnetron en tweepits gasstel en een eigen badkamer.

Op de bovenverdieping hebben we een prachtig uitzicht over de lagoon. Wifi is inmiddels ook beschikbaar en gratis, maar wel zeer traag.