dinsdag 15 maart 2016

Knysna Diepwalle Forest


We rijden over de R339 naar het Diepwalle Forest Station. Het is slechts 25 kilometer, maar de gravelweg zorgt ervoor dat we niet hard kunnen rijden. Na drie kwartier zien we het Station. Diepwalle Forest is een tropisch regenwoud. Alleen met een permit is het toegestaan om in het regenwoud te wandelen. De permit kost 19 Rand per persoon (1,15 euro). Voor Wildcardhouders is de permit weer gratis. Voordat we aan onze wandeling beginnen, drinken we eerst nog wat in de tearoom dat ook een klein campingwinkeltje is. De voorraad staat op drie plankjes. We kunnen kiezen uit drie routes, variƫrend van 7 tot 9 kilometer. We pakken de rode route van 7 kilometer (Elephant Walk I), die ongeveer 3 uur wandelen is. Gele bordjes met een rode olifant op de bomen geven de route aan.

De Red Elephant Walk begint met een lange afdaling. We lopen in de schaduw van de overhangende takken van de bomen. De zon komt nauwelijks op de grond. Op sommige plekken is het dan ook modderachtig of glad van het mos. De wandeling loopt ook door een rivier. Het water staat laag, waardoor we rotsen in het water kunnen gebruiken om droog over te komen. Na 5 kilometer wandelen komen we bij een picknickplaats. Er is zelfs een toilet, waar al heel lang niemand geweest is. Alleen de weg ernaar toe is al ‘behangen’ met spinnenwebben. Er staat ook een grote waterton met een kraantje. Op de picknickplaats eten we onze meegenomen muffins uit de ontbijtmand op. Water drinken we voor de zekerheid toch maar uit de flesjes die we meegenomen hebben. Het venijn van de Red Elephant Walk zit in de laatste 2 kilometers. Het pad is smal, glad en loopt behoorlijk omhoog. Over de 7 kilometer hebben we – op ons gemak – 3 uur gedaan.

In Diepwalle Forest leven nog een paar olifanten. Iedereen doet heel geheimzinnig over het aantal olifanten. Sommige zeggen dat er maar een olifant nog leeft in het woud, anderen weer zeven. Wij hebben de beroemde Knysna olifanten op onze wandeling niet gezien. Ook hebben we geen apen gezien die ook in dit bos leven. We hebben in een flits een dier gezien dat het wandelpad overstak, maar dat ging zo snel dat we niet eens weten wat voor dier het was. We hobbelen en stuiteren over de onverharde weg weer terug. Wanneer we het bos uit zijn, rijden we door een sloppenwijk. De huisjes zijn gemaakt van houten planken. De kippen en koeien wandelen los rond. Iedere keer zijn we er toch weer stil van.


We zoeken de Zevenpassenweg nog een keer op, nu vanaf de andere kant. Zonder TomTom deze keer, maar wel met Ben als een levend navigatiesysteem achter het stuur. Net voorbij Rheenendal begint de Zevenpassenweg. Het asfalt houdt direct op. Tegenliggers zien we van veraf aankomen. Grote stofwolken stijgen boven de bomen uit. De weg is geen gevaarlijke of spannende route. De wegen zijn breed en goed begaanbaar. Wat de route leuk maakt, zijn de ontmoetingen en verrassingen onderweg: verkeersregelaars die ons met handen en voeten duidelijk maken dat we ‘even’ moeten wachten, vrachtauto’s met boomstammen, overstekende koeien.


En weer lukt het ons om – na een paar passen – van de route af te raken. Maar daar hebben we geen spijt van. Voor ons steekt een groep apen de weg over. Op hun gemak klauteren ze in de bomen, voordat ze verder trekken.