zondag 17 juli 2016

Haría


Haría ligt in het noorden van Lanzarote, in het ‘Dal der Duizend Palmen’. Wanneer we over een 'Alpe d'Huezes-'afdaling - maar dan met minder haarspeldbochten - het dal binnen rijden, begrijpen we waarom. Overal, maar dan ook echt overal, staan palmbomen. Het zijn er misschien zelfs wel meer dan duizend. Niemand weet waarom er ooit zoveel palmbomen hier geplant zijn. Door de vruchtbare lavagrond en de ligging van het dorp groeien ze in ieder geval goed. Wolken kunnen aan de oostkant van de Risco de Famara langer blijven hangen. De kans op wat regenval is in Haría groter dan op veel andere plekken op Lanzarote.

Op het plein León y Castillo staan grote laurier- en eucalyptusbomen, die voor veel schaduw op het plein zorgen. Met de wind is het zelfs een beetje fris. Op zaterdag is op het plein de wekelijkse markt. Nu zitten de toeristen op het terras van het plein. We eten een Spaanse tortilla voordat we gaan wandelen.

Vanaf het plein lopen we voor het stadhuis langs, de Calle Rincon de Aganada in. We vervolgen de weg die overgaat in een onverharde, brede weg. Twee blaffende honden begroeten ons. Ze zitten vast aan een ketting, maar hebben gelukkig wel enige loopruimte. Na twee kilometer stijgen en een forse tegenwind komen we aan op het uitzichtpunt Risco. Voor ons ligt de noordwestelijke kustlijn met hoge kliffen. Wanneer we ons omdraaien, kunnen we zelfs de noordoostelijke kustlijn zien. Het wolkendek botst hier tegen de Risco de Famara aan. Flarden mist waaien over de toppen waardoor het uitzicht helaas weer heiig is.

We wandelen de bocht door en lopen over een vlakker gedeelte door de vallei Malpaso. Naast de vele palmbomen groeien op de heuvels rondom Haría ook veel vetplanten en cactussen. En er is ook veel tuinbouw. De bodem van Lanzarote houdt weinig water vast. De telers maken kuilen die gevuld zijn met 'picon'. Dit zijn kleine lavasteentjes die de eigenschap hebben goed vocht vast te kunnen houden. Ze zouden zelfs wat vocht uit de lucht onttrekken, waardoor het gemakkelijke wordt om in het vrij droge Lanzarote te verbouwen. De planten en vruchten bevinden zich in het midden van de kuil, die deels afgeschermd wordt door een halve cirkel van grotere lavastenen. Hierdoor worden de planten en vruchten beschermd tegen de soms zeer felle passaatwinden die over het eiland waaien. La Geria staat bekend als het wijngebied van Lanzarote. In de heuvels om Haría zie we ook veel druivenplanten. Maar het lijkt wel alsof alles wil groeien hier. We zien zelfs een plant met snoeptomaatjes uit een muur groeien.

Na 4,5 kilometer stopt het onverharde pad. We staan langs de autoweg. Een paar honderd meter verder kunnen we het wandelpad van Etape 2, wandeling van Orzola naar Playa Blanca, op en lopen we terug naar Haría.


zaterdag 16 juli 2016

Snorkelen

Playa Chica
In de buurt van het oude dorpscentrum van Puerta del Carmen ligt een klein strand. Voor ons is Playa Chica ongeveer vijftien minuten lopen. Het strandje ligt aan een baai gevormd uit lava. Op het strand zit een duikschool en een klein zaakje waar frisdrank en ijsjes gekocht kunnen worden. Playa Chica is de perfecte plaats om te leren snorkelen. Vanaf het strand lopen we zo de rustige zee in.  De zandbodems zijn niet meer dan 10 meter diep. Het water is ongelooflijk helder.


We snorkelen langs de rotsachtige riffen. Veel vissen, die we op Bonaire hebben gezien, leven hier ook: doktersvis, papegaaivis, zandvis, grommer, platvis, zee-egel. De vissen zijn misschien minder kleurrijk, maar het onderwaterleven is prachtig. De temperatuur van het water is lekker als we door zijn. In het water wisselen koude en warme stromingen elkaar af.

Helaas hebben we problemen met de (onderwater)camera. Eerst beslaat het venster van de camera. De foto's worden fletser. Toch lukt het ons nog om een zeester op de foto te krijgen. De zeester ligt vlak onder de kust. Toeristen tillen de zeester uit het water en leggen de anemoon op de rotsen. We leggen de zeester weer terug in het water. De zeester is hard. Toch leeft de zeester. We zien dat een van de armen zich aan de rotsen kromt.

En dan stopt de camera er helemaal mee. Juist als we boven een kleine octopus zwemmen. We zwemmen een poosje met de octopus mee. Regelmatig speurt de octopus op de zandbodem naar een prooi. Wanneer we wat zoutwater uit de snorkel laten lopen, zijn we de octopus kwijt.

Playa Papagayo
Op een van onze wandelingen ontdekken we het strand Papagayo, een van de zeven stranden langs de Punta Pagayo. We rijden er met de auto heen. Op een rotonde met palmen slaan we linksaf, een onverharde weg op. Kilometers lang rijden we door kuilen en over hobbels. Onderweg passeren we nog een soort tolhokje, waar we 3 euro betalen. Ieder strand heeft een eigen parkeerplaats. De parkeerplaats van Playa Papagayo ligt helemaal achteraan.

We lopen de trap af, links van het restaurant. Het is best wel druk en toch is het heel ontspannen. In de zee liggen veel rotsen en kleine steentjes. Met waterschoenen is het wel zo makkelijk om de zee in te wandelen. Het onderwaterleven lijkt op het onderwaterleven op Playa Chica. De vissen zijn wel groter. We genieten weer volop, helaas geen foto's meer.

Na het snorkelen blijven we nog uren op het strand. We zitten in het rustige zeewater, zonnen op het strand. Ons favoriete (snorkel)strand.


donderdag 14 juli 2016

Caldera Blanca

In het Parque Natural de los Volcanes kunnen we wandelen zonder gids. De vulkanen Montana Calderetta en Caldera Blanca liggen in het Parque Natural. Met 2 liter ijswater, 2 bananen en 2 stokbroden met zalm en kruidenkaas in de rugzak gaan we de Caldera Blanca, een van de oudste en grootste kraters op het eiland, beklimmen.

Na het bezoekerscentrum van Timanfaya slaan we op een tweesprong, vlak voor Mancha Blanca, linksaf een smalle, onverharde weg op. Langs de weg staan aan beide kanten lage muren. Aan het einde van de weg is een kleine parkeerplaats. Direct aan de parkeerplaats start een aangelegd pad van grove, grijze lavastenen.

We volgen het lavapad bijna 2 kilometer. Het pad komt uit aan de voet van de Montana Calderetta. Via een oranje zandpad lopen we naar de ingang van de krater. Kleine hagedissen schieten voor onze schoenen weg. Ze verbergen zich onder de lavastenen, maar willen zo graag de kaakjes opeten die wandelaars hebben laten liggen. Voorzichtig komen ze weer tevoorschijn, pakken snel een kaakje en verstoppen zich weer.

Achteraf kiezen we de verkeerde weg naar Caldera Blanca. Langs de voet van de Montana Calderetta lopen we verder. Het zandpad stijgt. We klimmen omhoog en lopen tussen beide vulkaankraters. Het lukt ons niet om een pad te vinden waarmee we de lavazee kunnen oversteken. Er zit niets anders op dan weer terug te keren.

We zoeken het aangelegde pad weer op. Bij een y-splitsing houden we links aan.

Eerdere wandelaars hebben op de grond met losse stenen pijlen gemaakt die de richting van een 'pad' aangeven. Een echt pad is er niet, maar de pijlen helpen ons bij het vinden van een makkelijke route. De laatste pijl wijst naar een pad dat tussen twee lage rotswanden loopt. Vrij eenvoudig klimmen we omhoog.


Langs de krater eten we onze lunch op. Het is mogelijk om rond de krater te lopen, maar we besluiten om via dezelfde weg weer terug te lopen.

We rijden nog even langs Los Hervideros.  Lavastromen hebben voor een ruige rotsformatie gezorgd die zeer abrupt stopt waar de zee begint.

Tussen de rotsen zijn wandelpaden en uitzichtplateaus aangebracht. Hierdoor hebben we een prachtig zicht op de schuimende koppen van het zeewater die door de kieren en gaten van de rotsen gejaagd worden. Zeker als de zee wat ruwer is gebeurt dit met een enorme kracht. Nu is de zee erg rustig.