dinsdag 15 augustus 2017

Vanccouver

Over de panoramische ‘Sea-to-Sky’ Highway rijden we naar Vancouver. De Highway van 340 km begint bij Cache Creek. Even voor 12 uur zijn we al in Vancouver. Veel te vroeg om in te checken.

We rijden door naar Lynn Canyon Park. In Lynn Canyon Park, een kwartier rijden van de Capilano Suspension Bridge, ligt een gratis toegankelijke hangbrug. Deze brug is kleiner en het park is veel minder toeristisch dan Capilano Park. De hangbrug verbindt de verschillende wandelpaden aan beide kanten van de canyon met elkaar. 48 meter over een wiebelende brug die 50 meter boven de canyon hangt.

Het grappig bedoelde waarschuwingsbordje ‘Whatever you do, don’t look down’ wordt voor mij ‘Whatever you do, don’t look down and aside’. Ik wil zo snel mogelijk aan de andere kant van de brug zijn. Met mijn handen houd ik beide leuningen van de brug vast, zoekend naar steun die er niet is. De brug gaat op en neer en heen en weer. De brug is smal. Van de andere kant komen ook voortdurend toeristen, waardoor je echt op de rand van de houten vlonder moet staan om elkaar te kunnen passeren. En dan moet je toch echt een leuning los laten. Mijn knieën beginnen steeds meer te knikken. En zo had ik het - met mijn hoogtevrees - vooraf verwacht. In werkelijkheid heb ik meer last van een angstige Japanse vrouw, die aan de hand van haar man - onder veel gegil - meegetrokken wordt over de brug.

We lunchen bij Twin Falls en nemen de auto weer. Wat is het druk in Vancouver. We staan vaker stil dan dat we rijden. Na veel stoppen en optrekken kunnen we over de  2 kilometer lange en 111 meter hoge Lion Gates Bridge naar Stanley Park. Vier rijbanen auto's moeten terug naar een rijbaan op de brug.  Stanley Park is een stadspark van 405 hectare, echter niet aangelegd maar bewaard gebleven wildernis. Het park ligt op het uiterste puntje van Vancouver en grenst aan Downtown. Aan de andere drie kanten is het park omringd door water.

We parkeren de auto bij de paardentram en lopen langs het water. Per abuis volgen we de verwijzingsborden naar de totempalen, maar die borden zijn voor de automobilisten. Als wandelaar kunnen we makkelijk van de route afwijken en lopen over het gras naar een open plek in het park met negen totempalen. In Vancouver en omgeving zijn diverse totempalen gevonden, waaronder de replica’s die nu in Stanley Park staan. In de palen zijn mythische verhalen gegraveerd van oude Indiaanse stammen. Acht palen zijn prachtig beschilderd. De negende, onbeschilderde, paal is een eerbetoon aan de moeder van Robert Yelton, een van de laatste mensen van Squamish Nation-stam die in Stanley Park hebben gewoond.

Met een ijsje lopen we ook weer langs het water terug. Het is heel druk met fietsers die over de Vancouver Seawall, een wandel- en fietspad van ongeveer 9 kilometer dat om Stanley Park loopt, fietsen. Ook op het water is het druk. De verkeerstoren van het watervliegveld loodst het ene na het andere watervliegtuig binnen. Bij het uitzichtpunt Hallelujah Point maken we nog een foto van de  skyline van Vancouver.

Even verderop zien we in het water het standbeeld Girls in a wetsuit. Het bronzen standbeeld van een vrouw - in een wetsuit met flippers en duikbril - is een hommage aan de Kleine Zeemeermin van Kopenhagen.


Om 16.00 uur hebben we afgesproken met de eigenaar van ons huurappartement. We rijden precies op tijd East Kings Road op.

maandag 14 augustus 2017

Whistler - Valley Trail

Na zeven uur rijden zijn we gisteren bij Whistler aangekomen. We hebben 80 kilometer door de bergen moeten omrijden, omdat de Highway tussen Cache Creek en Lilloet - door de bosbranden - gesloten is. We logeren in een prachtig appartement en kijken op Whistler Mountain. Op deze berg werden in 2010  een deel van de Olympische winterspelen gehouden. Er is een groot skigebied. In de zomer is Whistler een paradijs voor mountainbikers. Trails voor beginnende en ervaren mountainbikers zijn ontelbaar.

Ook wij pakken de fiets in Whistler. Met onze valavonturen in Banff in ons achterhoofd, kiezen we toch weer - wat zijn we eigenwijs - voor geen fietshelm. In Whistler loopt de Valley Trail, fiets- en wandelpaden om en door Whistler van bij elkaar 40 kilometer. De Trail gaat langs meren, parken en door de wijken van Whistler.


Wanneer we even stoppen om op de kaart te kijken, vliegt boven ons een bald eagle. Met zijn imposante vleugels zweeft de vogel door de lucht. We hopen dat de eagle neerstrijkt op een boom, maar helaas.

In Meadow Park pauzeren we even. Bij het park ligt een groot sportcentrum. Langs de rivier, met uitzicht op de bergen Whistler Mountain en Black Mountain, drinken we wat. Honden spelen in de rivier, medewerkers maaien het gras van het honkbalveld, kinderen schommelen, de Canadese vlag wappert in de wind, op een picknicktafel ligt eenzaam een paars waterschoentje.

Na een uurtje fietsen komen we bij Green Lake. Green Lake ontleent zijn naam natuurlijk aan het water. Het water is melkgroen. Op het meer is de start- en landingsbaan van de vliegtuigmaatschappij Whistler Air. Op het meer dobberen twee watervliegtuigen. Een derde vliegtuig taxiet naar de startbaan. Het duurt heel lang voordat het vliegtuig voldoende snelheid heeft en de lucht ingaat.


Na Green Lake fietsen we door naar Whistler Village, het centrum van het skidorp. Uiteraard kijken we even op Olympic Plaza. Het podium en de Olympische ringen staan er nog. We lopen door het centrum, vol restaurants en appartementen. Zou Whistler ook inwoners tellen of alleen toeristen? Bij de gondels is het topdruk. Veel toeristen gaan naar boven. Maar niet alleen toeristen, ook mountainbikes staan in de gondels of hangen in de stoeltjesliften. Overal lopen mountainbikers met de helm half op, beschermers om armen en benen, en een wedstrijdnummer op. Van 11 tot 20 augustus is in Whistler de vierde en laatste wedstrijd van Crankworx. Vandaag zijn onder meer de kwalificaties voor het wereldkampioenschap Whip-Off.


Ook wij pakken de fiets weer en verlaten de drukte van het centrum. Onderlangs de meren fietsen we weer naar ons appartement in Whistler Creekside. Morgen vertrekken we naar ons laatste vakantie-adres in Vancouver.

zaterdag 12 augustus 2017

Wells Gray Provincial Park

Het dak van de auto zit onder het roet. Asdeeltjes dwarrelen door de lucht. Het is ook bewolkt. De zon schijnt volop, maar komt moeilijk door de rokerige bewolking heen. We rijden naar Wells Gray Provincial Park.

Wells Gray Provincial Park is een enorm divers natuurgebied, maar staat vooral bekend als hét watervallenpark van West-Canada. Verspreid door het park liggen bijna 40 watervallen. Elanden, wolven, sneeuwgeiten, grizzlyberen, zwarte beren, wezels, bevers, marmotten, herten en kariboes en nog veertig andere zoogdieren leven in het park. Door het park loopt een weg. Langs de weg staan woningen en lodges. De weg is 68 kilometer lang en loopt tot Clearwater Lake. Auto’s kunnen slechts in een klein deel van het park komen. Ook voor de wandelaars is de toegang van het park beperkt. Door de bosbranden mogen we geen trails wandelen. We kunnen dus niet naar de waterval Moul Falls wandelen.

 We rijden eerst naar Saphats Creek Falls, een waterval van 75 meter hoog en 9 meter breed. Deze waterval ligt 10 kilometer na het Visitor Center. Dit is een echte waterval. Het water stroomt niet langs de rotsen naar beneden, maar valt echt naar beneden. Op de parkeerplaats verkoopt een geemigreerde Vlaming allerlei lekkernijen: van Belgische chocolade en wafels tot Duitse braadworst. Het is druk bij het kraampje.

Dawson Falls is de volgende waterval die we bekijken. In tien minuten wandelen we over een bospad naar de waterval. De waterval is niet hoog (18 meter), maar wel 107 meter breed en heeft daarom als bijnaam 'Little Niagara Falls'.

Over een hele smalle, houten brug steken we de Clearwater river over. Onder de brug zijn nog een paar extra houten palen ter versteviging getimmerd. Er kan maar een auto tegelijk over de brug rijden.

Net na de Dawson Falls nemen we een zijweg van de Clearwater Valley Road. Op naar de vierde waterval van Canada, Helmcken Falls. Het is de bekendste waterval van het park. De waterval is enorm: 141 meter hoog en 23 meter breed. Over een vulkanische klif stort het water naar beneden. Bij de waterval staan picnicktafels die ons vragen om onze lunch op te eten. Tja, dan kunnen we niet veel anders toch?

Over een onverharde weg hobbelen we naar Bailey's Chute. De medewerker van het Visitor Centre vertelde ons vanmorgen dat de eerste zalmen gesignaleerd zijn. En ja hoor, we zien iedere paar minuten wel een zalm springen, onder aanmoedingen van de toeschouwers die op een platform staan te kijken. Bij iedere sprong slaakt iedereen een 'Ahh' van de kant. Bij een mislukte sprong wordt de 'Ahh' gevolgd door een 'Ach'. Grote zalmen springen ver en zwemmen snel door. De kleine en/of onervaren zalmen springen omhoog of niet ver genoeg. Bij beide sprongen vallen de zalmen terug in de sterke stroming en drijven terug. Dat wordt een tweede of derde of misschien wel een vierde poging. Na vergeefse pogingen wordt de zalm steeds vermoeiender en drijft terug naar The Horseshoe. De beren en visarenden wachten ze daar al op. Voor hun stopt de zalmtrek daar.