zaterdag 4 juli 2015

Op weg naar Bonaire

Met z’n drietjes gaan we twee weken naar Bonaire en vliegen daarna door naar Curaçao, waar Laura twee middagen dolfijnen gaat trainen. Na een hectische periode met veel examens en werkdruk settelen we ons in onze vliegtuigstoelen met tijdschriften en Nintendo DS bij de hand voor een vlucht van bijna 8.000 km, inclusief een tussenstop op Aruba.


We vliegen in een Airbus 330-200 van KLM. De Airbus is geen groot toestel. Er kunnen maximaal 243 passagiers in. We zitten op rij 15, in het middengedeelte van het toestel, economy class. De beenruimte is voldoende. Het vliegtuig zit vol, inclusief de wiskundeleraar van Laura. En nog 39 andere leraren die op Bonaire de komende week de mondelinge staatsexamen afnemen.

Het vliegtuig-eten bij KLM is prima. Na een een drankje met een zakje cashew-nootjes kunnen we kiezen uit de gebruikelijke maaltijden: ‘kip’ of ‘pasta’. We kiezen allemaal voor de kip en dat was nasi-goreng met saté. Bij het gerecht krijgen we ook nog een kaiserbroodje, een pittige komkommersalade, een blokje kaas en een heerlijke limoenmouse. We proberen nog de salade bij Ben om te ruilen voor de mouse, maar helaas. Aan het einde van de vlucht krijgen we zelfs nog een bakje met roomijs en een stuk pizza, met deze keer een koffiemouse.

Om even na half vijf lokale tijd landen we op Aruba. Iedereen moet uitstappen. Het vliegtuig wordt schoon gemaakt. De handbagage blijft in het vliegtuig. We verlaten het vliegtuig en lopen de gehele aankomst- en vertrekhal door. Onderweg krijgen we zelfs nog een security-check. Maar na tien uur vliegen is het wel lekker om even de benen te strekken. Op het vliegveld krijgen we een zgn. transferticket, waarmee we weer snel kunnen inchecken. Van Aruba naar Bonaire is het nog 190 kilometer vliegen. We zijn nog niet opgestegen of we gaan alweer landen.

Twaalf uur later en met zes uur tijdsverschil landen we om 18.35 uur op Flamingo International. Het vliegveld is niet voor niets naar de flamingo’s genoemd. Het gehele vliegveld is roze geverfd. Met een trap verlaten we het vliegtuig. We lopen naast de taxibaan naar de marechaussee voor de paspoortcontrole. Met een stempel van Bonaire in ons paspoort staan we direct bij de enige bagageband die er op het vliegveld is. Buiten zien we een medewerker steeds een paar koffers op de band gooien. Na bijna een half uur hebben we onze koffers. Veel van onze medepassagiers staan dan nog te wachten.

We logeren op Bonaire in het appartementencomplex Bon Bida, 6 kilometer van het vliegveld en net ten noorden van de hoofdstad Kralendijk. De eigenaresse heeft voor ons een taxi geregeld. Met het kartonnen bordje ‘Bastiaanse’ wacht de chauffeur ons op in de hal van het vliegveld. Tien minuten later steken we de sleutel in de voordeur. Het appartement is groot. Met twee slaapkamers en twee badkamers hebben we de komende twee weken met z’n drietjes alle ruimte. De eigenaresse heeft nog een paar biertjes en fris in de koelkast gezet. We drinken nog wat, stappen onder de regendouche en gaan naar bed.

We zijn op Bonaire, een van de ABC-eilanden van de kleine Antillen. Het eiland ligt 80 km voor de kust van Venezuela en is 288 km2 groot, vergelijkbaar met het waddeneiland Ameland. Het eiland is 40 km lang en 5 tot 12 km breed.