dinsdag 22 maart 2016

Schotia

Foto's
Film
De auto verbruikt veel benzine in Addo National Park. We leggen niet veel kilometers af, maar met de vele klimmetjes en de lage snelheden gaat het hard met de benzine. Addo speelt daar op in en heeft een eigen benzinestation. We gooien de benzinetank helemaal vol, zodat we na ons bezoek aan Schotiapark voldoende benzine hebben om over de N10 naar de bewoonde wereld te rijden. De benzine in Zuid-Afrika kost net iets meer dan 11 Rand per liter, nog geen 70 eurocent.

Om halfdrie worden we verwacht in het Schotiapark. We doen nog een kort rondje Addo voordat we naar Schotia rijden. Dat rondje wordt wel heel kort. We zien een rij met auto’s staan en rijden ernaartoe. Achter de laatste auto stoppen we. Andere auto’s vertrekken, zodat we steeds een plaatsje opschuiven. Na enig speuren zien we een leeuw liggen, in de schaduw van een struik, op ongeveer 60 meter van de auto. Hij kijkt nog even naar de file van geparkeerde auto’s en legt z’n kop neer. We zien nog net z’n donkere manen boven het gras uitsteken. Na een half uur rekt hij zich uit en gaat op z’n rug liggen, met de achterpoten in de lucht (net als onze hond). Hij ligt heerlijk, af en toe strekt hij de achterpoten even.

Rechts, voor de leeuw links, komt een wrattenzijn aanlopen. Het zwijntje vertrouwt het niet helemaal, stopt bij een klein struikje, observeert de omgeving en besluit toch rechtsomkeer te maken. De leeuw reageert nergens op, niet op het zwijntje, niet op ons. Hij is in dromenland en volgens een langs rijdende ranger waarschijnlijk nog wel tot de zon ondergaat. Na zestig minuten naar een struik met een luie leeuw ergens ervoor gekeken te hebben, rijden we weg. Op naar Schotia.

Schotia is het oudste privé game reserve in de Oost Kaap, al generaties lang in het bezit van de familie Bean. Het park ligt naast Addo en is het allereerste privaat wildpark in de Oost-Kaap waar leeuwen vrij rondlopen in de natuur. Begin 19e eeuw was het nog een veebedrijf. Vier lokale boeren verkochten hun vee en lieten de natuur op hun beloop zodat er wilde dieren op konden worden uitgezet. Het park is 1.600 hectare groot.

Na een kopje thee/koffie gaan we op pad met ranger Edward. In een open 4x4 landrover rijden we naar het reservaat. Al snel ontmoeten we Millenium, een olifant geboren in – uiteraard – 2000 en inmiddels dus 16 jaar oud. De olifanten zijn dol op de vruchten van de cactussen. De cactussen zijn helemaal kaal gevreten. Millenium is druk bezig om met z’n slurf gras uit de grond te trekken. Met z’n voorpoot snijdt hij het gras af. Hij stoort zich verder niet aan ons. De jeep staat misschien op een meter afstand. Op een andere excursie vinden we Millenium bij een afvalplaats. De ranger wil dat hij daar vertrekt. Ook daar trekt hij zich niets van aan. Hij draait zijn dikhuid-achterwerk naar ons toe en loopt demonstratief weg. De volgende morgen vinden we hem daar weer. Waarschijnlijk ruikt hij nog fruit, dat niet goed verbrand is.

In het park zijn nog zeven olifanten die we regelmatig – op afstand – tegen komen. De olifanten beschadigen veel beplanting. Om sommige bomen te beschermen, zijn er bijenkasten bij bomen geplaatst.

De struisvogels hebben drie jonkies gekregen. De jonkies zijn nog geen twee dagen oud en proberen de ouders bij te houden. Veel aandacht krijgen ze niet van de ouders. Bij gevaar rennen ze hard weg, zonder zich te bekommeren om de veiligheid van de jonkies. Iedere keer wanneer we ze weer zien, missen we een jonkie. Waarschijnlijk al opgegeten door een lynx of een arend. De struisvogels zijn na twee dagen weer met z’n tweetjes.

De rangers zijn tijdens de gameview steeds met elkaar in contact over waar zij dieren spotten. Op de radio horen we dat een ranger buffels gezien heeft. We zitten aan de andere kant van het park en rijden zo snel als mogelijk – we rijden over autosporen, wegen zijn er niet op het park – de heuvel op. Nog net op tijd vangen we een glimp van deze beesten op. Het is net of ze een hoofddeksel – met een scheiding in het midden – op hebben, die ze zo af kunnen doen. Ranger Ed vertelt ons dat niet zozeer de grootte van het ‘hoofddeksel’ maar het aantal putten in de deksel de leeftijd verraadt van de buffel. Hij heeft dat nog niet gezegd, of de buffels rennen de heuvel af. En niet alleen de buffels. Impala’s, springbokken, hartebeesten en koedoe’s vluchten naar beneden. Waarschijnlijk ruiken zij een leeuw (uit het Addo park).


Rond vijf uur stappen we uit in een afgeschermd gebied tussen het noordelijke en zuidelijke gedeelte van het reservaat. We kunnen even de benen strekken, naar het toilet gaan en genieten van een kopje thee/koffie met een stukje zelf gebakken brood (met jam) voordat we op zoek gaan naar de leeuwen.
In het noordelijk gedeelte van het park zitten de leeuwen. Schotia heeft drie leeuwen. Onder een boom ligt de oudste leeuw van het park. Hij heeft nog niet zo lang geleden een koedoe gevangen. We stoppen vlakbij de leeuw, misschien op nog geen drie meter afstand. De leeuw wijkt niet van z’n prooi. Volgegeten of eigenlijk meer volgevreten, alleen de kop van de koedoe ligt er nog en verder alleen afgekloven ‘spareribs’, ligt de leeuw uit te buiken.  Verderop liggen nog twee leeuwen, een mannetje van drie jaar en een vrouwtje van zes jaar. Pas als de leeuw de koedoe op heeft, zoekt hij de andere twee leeuwen weer op. Het jonge mannetje is alle aandacht beu. Hij trekt zijn bovenlip op en laat een paar tanden zien. Tijd om te gaan.

 

Wanneer het begint te schemeren, gaan we naar de lapa, een open lucht restaurant. Naast de lapa ligt een vijver, de woning van twee krokodillen. ’s Ochtends en aan het einde van de middag zien we de krokodillen op het gras liggen. In de ochtend ligt de krokodil heel vaak met de bek open gesperd, minutenlang. In de middag verstoppen ze zich in het water, tot er een prooi voorbijkomt. Een paar weken geleden was dat het hondje van de eigenaar van het park.


Het kampvuur op de lapa brandt al. De rangers gooien steeds droge takkenbossen op het vuur. Om het kampvuur staan stoelen. Met een drankje warmen we ons op voordat we aan tafel gaan. Er staat een buffet met rijst, aardappelen, groenten, lamsvlees en kip. De rangers zijn nu ‘opscheppers’ – in de letterlijke zin van het woord – en scheppen het voedsel op de borden. Op die manier kan iedereen snel eten. Een tweede of derde keer opscheppen mogen we zelf doen. De rangers worden obers. Alleen zij mogen naar de bar om drankjes te halen voor hun jeepgasten. Ook het afruimen van de tafels en het brengen van de toetjes – Afrikaanse traditionele en heerlijke malvapudding met slagroom of ijs – doen de rangers. Een werkdag van een ranger begint om 7 uur ’s ochtends en eindigt om 10 uur ’s avonds. En dat zes dagen in de week.

Na het diner gaan we weer op pad. Met grote lampen op de landrover zoeken we naar dieren die in het donker actief zijn, en specifiek naar nijlpaarden. De rangers hebben ook nog een lamp in de hand, waarmee ze de heuvels afzoeken. Alle jeeps rijden een andere kant van het park op. Wanneer de nijlpaarden gespot zijn, is er radiocontact en rijden alle jeeps naar de nijlpaarden toe. De nijlpaarden worden dan – enigszins - in de spotlights gezet zonder dat ze er last van hebben. Onverstoord smullen ze van het gras.

De ranger brengt ons naar onze bushlodge, die op het park ligt. Scotia heeft kamers bij de stallen, rondavels, tenten en cottages voor de overnachting. We logeren in de Springbok, een familie lodge voor 4 personen. Op het pad naar de lodge toe staan allemaal petroleumlampjes. De bushlodge heeft een eigen badkamer met toilet en een ouderwetse open haard. Op een eenpits campinggasstelletje kunnen we water koken voor koffie en thee. Electrische verlichting is er niet. Aan de muren hangen kaarsen die we aan kunnen steken. In de lodge is wel een stopcontact, zodat de batterij van de fotocamera opgeladen kan worden.

’s Ochtends om 7 uur haalt ranger Edward ons weer op. Terwijl we op hem staan te wachten, gluurt een aapje vanaf de top van ons rieten dak naar ons. Wij vinden het schattig, maar beginnen toch anders naar de apen te kijken wanneer we de verhalen van de lokale bevolking horen. De apen vernielen van alles en zijn agressief. Niet alleen naar de mensen, maar ook naar de dieren. We horen een verhaal over apen die vogels de nek omdraaien.

Op onze ochtendexcursie spotten we twee neushoorns. De motor van de jeep blijft aan, zodat we snel weg kunnen rijden als de mannetjes neushoorn met de verkeerde poot uit het water is gestapt. De motor kan al snel uit, beide neushoorns besluiten om voor ons op de grond te gaan liggen.
Beide neushoorns missen het grootste gedeelte van de hoorn. Op een eerdere safaritocht – bleek achteraf – is een stroper mee geweest. Bij het spotten van de neushoorn, gaf hij via de mobiele telefoon de GPS-coordinaten door aan een collega buiten het hek. ’s Avonds zijn de stropers het park opgekomen, hebben de neushoorns verdoofd en de hoorns afgezaagd.

Tijdens de zeven gameviews op Schotia spotten we steeds giraffen, maar de giraffen lopen vaak op de toppen van de heuvels. Wanneer we met de jeep naar de heuvels rijden, zijn de giraffen al weer weg. Echt dichtbij komen, lukt niet. Het lijkt wel alsof de giraffen weten dat ze zo ver mogelijk van de autosporen weg moeten blijven. De ranger stopt zo dicht mogelijk bij de dieren. De helling is zo steil dat zelfs de jeep moeite heeft om omhoog te rijden. We stappen uit. Helaas blaast de wind in onze rug, waardoor de giraffen ons ruiken en weer van ons weg lopen. Voorzichtig volgen we ze, goed om ons heen kijkend of er geen andere wilde dieren in de buurt zijn. Of dat er onder een struikje een slang ligt. De giraffen beginnen ons te vertrouwen. Ze houden ons wel in de gaten, maar lopen niet verder. Langzaam komen we steeds dichterbij. Een geweldige afsluiting van twee hele bijzondere dagen op Schotiapark.