zondag 17 juli 2016

Haría


Haría ligt in het noorden van Lanzarote, in het ‘Dal der Duizend Palmen’. Wanneer we over een 'Alpe d'Huezes-'afdaling - maar dan met minder haarspeldbochten - het dal binnen rijden, begrijpen we waarom. Overal, maar dan ook echt overal, staan palmbomen. Het zijn er misschien zelfs wel meer dan duizend. Niemand weet waarom er ooit zoveel palmbomen hier geplant zijn. Door de vruchtbare lavagrond en de ligging van het dorp groeien ze in ieder geval goed. Wolken kunnen aan de oostkant van de Risco de Famara langer blijven hangen. De kans op wat regenval is in Haría groter dan op veel andere plekken op Lanzarote.

Op het plein León y Castillo staan grote laurier- en eucalyptusbomen, die voor veel schaduw op het plein zorgen. Met de wind is het zelfs een beetje fris. Op zaterdag is op het plein de wekelijkse markt. Nu zitten de toeristen op het terras van het plein. We eten een Spaanse tortilla voordat we gaan wandelen.

Vanaf het plein lopen we voor het stadhuis langs, de Calle Rincon de Aganada in. We vervolgen de weg die overgaat in een onverharde, brede weg. Twee blaffende honden begroeten ons. Ze zitten vast aan een ketting, maar hebben gelukkig wel enige loopruimte. Na twee kilometer stijgen en een forse tegenwind komen we aan op het uitzichtpunt Risco. Voor ons ligt de noordwestelijke kustlijn met hoge kliffen. Wanneer we ons omdraaien, kunnen we zelfs de noordoostelijke kustlijn zien. Het wolkendek botst hier tegen de Risco de Famara aan. Flarden mist waaien over de toppen waardoor het uitzicht helaas weer heiig is.

We wandelen de bocht door en lopen over een vlakker gedeelte door de vallei Malpaso. Naast de vele palmbomen groeien op de heuvels rondom Haría ook veel vetplanten en cactussen. En er is ook veel tuinbouw. De bodem van Lanzarote houdt weinig water vast. De telers maken kuilen die gevuld zijn met 'picon'. Dit zijn kleine lavasteentjes die de eigenschap hebben goed vocht vast te kunnen houden. Ze zouden zelfs wat vocht uit de lucht onttrekken, waardoor het gemakkelijke wordt om in het vrij droge Lanzarote te verbouwen. De planten en vruchten bevinden zich in het midden van de kuil, die deels afgeschermd wordt door een halve cirkel van grotere lavastenen. Hierdoor worden de planten en vruchten beschermd tegen de soms zeer felle passaatwinden die over het eiland waaien. La Geria staat bekend als het wijngebied van Lanzarote. In de heuvels om Haría zie we ook veel druivenplanten. Maar het lijkt wel alsof alles wil groeien hier. We zien zelfs een plant met snoeptomaatjes uit een muur groeien.

Na 4,5 kilometer stopt het onverharde pad. We staan langs de autoweg. Een paar honderd meter verder kunnen we het wandelpad van Etape 2, wandeling van Orzola naar Playa Blanca, op en lopen we terug naar Haría.


zaterdag 16 juli 2016

Snorkelen

Playa Chica
In de buurt van het oude dorpscentrum van Puerta del Carmen ligt een klein strand. Voor ons is Playa Chica ongeveer vijftien minuten lopen. Het strandje ligt aan een baai gevormd uit lava. Op het strand zit een duikschool en een klein zaakje waar frisdrank en ijsjes gekocht kunnen worden. Playa Chica is de perfecte plaats om te leren snorkelen. Vanaf het strand lopen we zo de rustige zee in.  De zandbodems zijn niet meer dan 10 meter diep. Het water is ongelooflijk helder.


We snorkelen langs de rotsachtige riffen. Veel vissen, die we op Bonaire hebben gezien, leven hier ook: doktersvis, papegaaivis, zandvis, grommer, platvis, zee-egel. De vissen zijn misschien minder kleurrijk, maar het onderwaterleven is prachtig. De temperatuur van het water is lekker als we door zijn. In het water wisselen koude en warme stromingen elkaar af.

Helaas hebben we problemen met de (onderwater)camera. Eerst beslaat het venster van de camera. De foto's worden fletser. Toch lukt het ons nog om een zeester op de foto te krijgen. De zeester ligt vlak onder de kust. Toeristen tillen de zeester uit het water en leggen de anemoon op de rotsen. We leggen de zeester weer terug in het water. De zeester is hard. Toch leeft de zeester. We zien dat een van de armen zich aan de rotsen kromt.

En dan stopt de camera er helemaal mee. Juist als we boven een kleine octopus zwemmen. We zwemmen een poosje met de octopus mee. Regelmatig speurt de octopus op de zandbodem naar een prooi. Wanneer we wat zoutwater uit de snorkel laten lopen, zijn we de octopus kwijt.

Playa Papagayo
Op een van onze wandelingen ontdekken we het strand Papagayo, een van de zeven stranden langs de Punta Pagayo. We rijden er met de auto heen. Op een rotonde met palmen slaan we linksaf, een onverharde weg op. Kilometers lang rijden we door kuilen en over hobbels. Onderweg passeren we nog een soort tolhokje, waar we 3 euro betalen. Ieder strand heeft een eigen parkeerplaats. De parkeerplaats van Playa Papagayo ligt helemaal achteraan.

We lopen de trap af, links van het restaurant. Het is best wel druk en toch is het heel ontspannen. In de zee liggen veel rotsen en kleine steentjes. Met waterschoenen is het wel zo makkelijk om de zee in te wandelen. Het onderwaterleven lijkt op het onderwaterleven op Playa Chica. De vissen zijn wel groter. We genieten weer volop, helaas geen foto's meer.

Na het snorkelen blijven we nog uren op het strand. We zitten in het rustige zeewater, zonnen op het strand. Ons favoriete (snorkel)strand.


donderdag 14 juli 2016

Caldera Blanca

In het Parque Natural de los Volcanes kunnen we wandelen zonder gids. De vulkanen Montana Calderetta en Caldera Blanca liggen in het Parque Natural. Met 2 liter ijswater, 2 bananen en 2 stokbroden met zalm en kruidenkaas in de rugzak gaan we de Caldera Blanca, een van de oudste en grootste kraters op het eiland, beklimmen.

Na het bezoekerscentrum van Timanfaya slaan we op een tweesprong, vlak voor Mancha Blanca, linksaf een smalle, onverharde weg op. Langs de weg staan aan beide kanten lage muren. Aan het einde van de weg is een kleine parkeerplaats. Direct aan de parkeerplaats start een aangelegd pad van grove, grijze lavastenen.

We volgen het lavapad bijna 2 kilometer. Het pad komt uit aan de voet van de Montana Calderetta. Via een oranje zandpad lopen we naar de ingang van de krater. Kleine hagedissen schieten voor onze schoenen weg. Ze verbergen zich onder de lavastenen, maar willen zo graag de kaakjes opeten die wandelaars hebben laten liggen. Voorzichtig komen ze weer tevoorschijn, pakken snel een kaakje en verstoppen zich weer.

Achteraf kiezen we de verkeerde weg naar Caldera Blanca. Langs de voet van de Montana Calderetta lopen we verder. Het zandpad stijgt. We klimmen omhoog en lopen tussen beide vulkaankraters. Het lukt ons niet om een pad te vinden waarmee we de lavazee kunnen oversteken. Er zit niets anders op dan weer terug te keren.

We zoeken het aangelegde pad weer op. Bij een y-splitsing houden we links aan.

Eerdere wandelaars hebben op de grond met losse stenen pijlen gemaakt die de richting van een 'pad' aangeven. Een echt pad is er niet, maar de pijlen helpen ons bij het vinden van een makkelijke route. De laatste pijl wijst naar een pad dat tussen twee lage rotswanden loopt. Vrij eenvoudig klimmen we omhoog.


Langs de krater eten we onze lunch op. Het is mogelijk om rond de krater te lopen, maar we besluiten om via dezelfde weg weer terug te lopen.

We rijden nog even langs Los Hervideros.  Lavastromen hebben voor een ruige rotsformatie gezorgd die zeer abrupt stopt waar de zee begint.

Tussen de rotsen zijn wandelpaden en uitzichtplateaus aangebracht. Hierdoor hebben we een prachtig zicht op de schuimende koppen van het zeewater die door de kieren en gaten van de rotsen gejaagd worden. Zeker als de zee wat ruwer is gebeurt dit met een enorme kracht. Nu is de zee erg rustig.


dinsdag 12 juli 2016

Van Mirador del Rio naar Cueva de Los Verdes/Juamo del Agua

We verkennen het noordelijke gedeelte van het eiland. 's Ochtends rijden we naar het uitzichtpunt Mirador del Rio.  Dit uitzichtpunt ligt op een hoogte van 485 meter aan de noordkant van de kilometers lange klif Risco de Famara. Hoe hoger we klimmen met de auto, hoe mistiger het wordt. We hebben duidelijk de verkeerde dag gekozen. Het uitzichtpunt ligt in de wolken. Op een heldere dag zouden we een fantastisch uitzicht op het eiland La Graciosa en de achterliggende onbewoonde eilanden, de vulkanische klif Risco de Famara en de zoutpannen hebben. Door de flarden mist zien we af en toe de kustlijn van Lanzarote en kort, maar echt een paar seconden, een glimp van het eiland La Graciosa.

In het restaurant genieten we dan maar van twee bijzondere sculpturen aan het plafond, uiteraard ook weer uit de handen van César Manrique. Bij ons kopje koffie/thee nemen we een appelpunt en wachten en wachten .... De mist trekt niet weg.

Via Orzola en de oostkust rijden we naar Cueva de los Verdes en Juamo del Agua. In het noorden van Lanzarote zijn door vulkaanstromen onderaardse grotten ontstaan. Het grottenstelsel strekt zich vanaf enkele kilometers landinwaarts uit tot bijna aan de kust. Cueva de los Verdes ligt aan de ene kant van de weg, Juamo del Agua aan de andere kant van de weg (ongeveer 1 kilometer van elkaar).

Jameos del Agua is een natuurlijke ondergronds meer. César Manrique  heeft het meer aangekleed met zitgedeeltes, een lagune in de openlucht en een vulkaanmuseum. In het meer leeft de albinokreeft. Het leefgebied van deze kleine schaaldieren ligt normaal honderden meters diep. Jameos del Agua is een van de zeldzame plekken op de wereld waar de albinokreeft in het wild te zien is, zo dicht aan de oppervlakte. We zien de kreeftjes in eerste instantie over het hoofd, zo klein zijn ze. Dan ontdekken we dat de vele witte vlekjes in het water de kreeftjes zijn. Na het meer lopen we over een tweede terras naar een 'bounty-achtige' lagune. Het water is smaragdblauw, het 'zand' is wit.

Cueva de los Verdes telt ongeveer zeven kilometer aan grotten en gangen. De naam heeft overigens niets met de kleur groen te maken, wat sommige mensen denken door het woord "Verdes". De  familie Verdes is in de zestiende eeuw gevlucht voor piraten. Zij verstopten zich in het grottenstelsel.

Ongeveer één kilometer van de grotten is voor publiek toegankelijk.  We zijn niet de enigen die - onder begeleiding van een gids - een rondleiding van ongeveer vijftig minuten door de grotten krijgen. De rij begint al op de parkeerplaats. Tijdens het wachten krijgen we bezoek van een hagedis, vol met blauwe vlekken.

Tijdens deze rondleiding wordt van alles uitgelegd over de grotten. We verstaan er niks van. Het Engels van onze gids is Spaans met een Engels accent of andersom. De overgang van haar Spaanse verhaal naar het Engels merken we niet eens. We kijken om ons heen en zien grotten op verschillende niveau's. De grotten variëren ook zeer sterk van afmetingen, zowel in hoogte als breedte. Tijdens de rondleiding moeten we regelmatig bukken. Steeds verder dalen we af naar de diepere gedeeltes van de grotten tot we bij een auditorium komen. Rondom het auditorium staan houten klapstoeltjes.

Bij het auditorium keren we weer om en gaan met een steile trap naar de laatste ruimte. In deze grot kijken we een enorme diepte in. De gids vraagt aan iemand uit de groep om een steen hard de diepte in te gooien. Muisstil wachten we op de echo van de val. En dan .... dat mogen we niet verklappen. Dat is het geheim van Cueva de los Verdes. Het geheim is de entree van 9 euro per persoon waard. Verder vinden we de rondleiding erg commercieel. Er zijn teveel groepen in de grotten en iedere groep met toeristen is veel te groot. De rondleiding duurt vooral vijftig minuten omdat steeds gewacht moet worden tot de groep weer compleet is.


maandag 11 juli 2016

Playas de Papagayo

In het zuiden van Lanzarote liggen de zeven Papagayo stranden. De stranden liggen een paar kilometer ten oosten van de badplaats Playa Blanca. De zeven 100 tot 400 meter lange witte stranden worden gescheiden door natuurlijke kliffen van lavasteen. De stranden zijn met de auto bereikbaar over een onverharde weg waarvoor tol betaald moet worden. Ook is het mogelijk om de stranden te voet te bereiken. Onze ervaring is dat het te doen is, maar niet altijd even gemakkelijk. Gezinnen met kleine kinderen en oudere mensen die wat minder goed ter been zijn adviseren we om met de auto te komen.

Na het ontbijt rijden we naar Playa Blanca. Er loopt geen weg langs de kust. Via het binnenland rijden we met een grote bocht terug naar de buitenrand van Playa Blanca. We parkeren de auto bij het Sandor Beach Resort. Vanaf het resort start een wandeling naar de stranden. De wandeling wordt op sommige plekken aangegeven. We zijn echter al gauw de markeringen kwijt. Er lopen allerlei verschillende paden over de Punta de Papagayo. Soms stopt een pad en kunnen we met een omweg pas weer op een ander pad terug komen. Sommige paden lopen vlak langs een afgrond. We zoeken onze weg door het ruwe terrein en maken een eigen wandeling. Bovenop de duinen hebben we steeds een prachtig uitzicht. Na 40 minuten zijn we toch wel bij het meest idyllische strandje, Playa Papagayo. Het strand is klein, ligt beschut tussen twee kliffen. Het zeewater is kristalhelder.


Op de top van de rots liggen twee restaurantjes met uitzicht op het beneden gelegen strand Papagayo. De waterbus, die van Playa Blanca naar Playa Papagayo vaart, meert net aan. De passagiers stappen van de waterbus in een rubber boot die wel vlakbij het strand kan komen. Vlak voor het strand stappen de passagiers uit en waden zich door het water. De rubber boot vaart diverse keren heen en weer om alle passagiers op het strand te brengen. Na een kopje koffie en thee wandelen we door naar de uiterste punt. In de verte zien we Fuerteventura liggen, met daarvoor het onbewoonde, 6 km grote eiland Isla de Lobos.

Via de andere kant lopen we weer terug. Ook hier liggen weer een paar stranden. Per abuis lopen we het nudistenstrand op. Ook hier is het zeewater smaragdblauw, zodat we ongegeneerd langs de nudisten naar de zee kunnen kijken. In de duinkommen wordt het steeds warmer. De temperatuur loopt steeds op omdat er in de kommen geen wind staat. Wanneer we uit de kommen zijn, wordt het weer aangenaam. Wel staat er zeker windkracht 6, maar dat maakt de temperatuur wat lager. Op de terugweg hebben we de wind wel tegen en moeten we meer klimmen.

Onderweg komen we nog een paar restanten van bouwwerken tegen. We zien eerst een ondergronds bouwwerk met een soort toegangsweg. Over het bouwwerk kunnen we geen informatie vinden.

Later komen we nog op een archeologische plek, Pozos de San Marcial del Rubicón. De waterputten zijn sinds 1993 afgesloten. Archeologen denken dat de putten stammen uit de 15e eeuw.

Vlak daarbij ligt een gedenkteken van een kathedraal, gesticht door paus Benedict XIII in de 18e eeuw. Al met al lopen we nog 7 kilometer weg.

We gaan lunchen in Playa Blanca. De badplaats heeft ook een boulevard, Avenida Maritama. Het is een echte wandelboulevard. We vinden de boulevard mooier dan de boulevard in Puerto del Carmen. Misschien komt het omdat er geen auto's mogen rijden. Aan de boulevard zit ook veel horeca, maar door het brede wandelpad oogt het allemaal rustiger en kleinschaliger. We lopen tot de marktkramen waar straatverkopers hun 'merk'-horloges, -zonnebrillen en -tassen uitgestald hebben. Na een terrasje lopen we weer terug naar de auto.




vrijdag 8 juli 2016

National Park Timanfaya

In het zuidwesten van Lanzarote ligt het nationale park Timanfaya. Het nationaal park is vernoemd naar het eerste dorp dat tijdens de vulkaanuitbarstingen in 1730-1736 weggevaagd is. De erupties duurden uiteindelijk zes jaar, waarbij maar liefst elf dorpen van de aardbodem verdwenen.  In die tijd leefden 4.800 mensen op het eiland. Toch zijn er geen dodelijke slachtoffers gevallen. Ook in 1824 is er nog een lichte uitbarsting van drie maanden geweest.

Het gebied beslaat ongeveer 51 vierkante kilometer.  Bezoekers kunnen in een bus of op de rug van een dromedaris een gedeelte van het gebied bezoeken. De toeristische busrit door het vulkanisch landschap is bij de toegangsprijs van het park inbegrepen.

Het is niet toegestaan om vrij in het natuurgebied te wandelen. Dit om te voorkomen dat te veel mensen in dit kwetsbare gebied komen. Voetstappen blijven bijvoorbeeld jaren zichtbaar in het as. Wel is het mogelijk om een gratis wandeling van 3,5 km over de Termesanaroute met een gids te maken. We moesten deze wandeling twee maanden van tevoren op de website aanvragen.

Om kwart over 9 worden we bij het bezoekerscentrum verwacht. Even voor 9 uur staan we al bij de entree van het park. We kopen een kaartje  (9 euro per persoon) en rijden naar het parkeerterrein, 2 kilometer verderop. Na het parkeren van de auto gaan we op zoek naar het bezoekerscentrum. En dan blijkt dat het bezoekerscentrum 5 kilometer terug ligt. Ben scheurt tussen de lavazee terug naar de entree en slaat linksaf.  Precies om kwart over 9 draaien we het parkeerterrein van het bezoekerscentrum op. We ondertekenen nog een formulier, waarin we verklaren dat we op eigen risico meewandelen.

Met twee groepjes van acht personen vertrekken we in een busje. De Spaanstalige groep rijdt naar het einde van de wandeling, de Engelstalige groep naar het begin van de wandeling. Of andersom, het is maar net in welke groep je zit. Halverwege de wandeling komen we elkaar weer tegen, waarbij de gidsen de sleutels van de busjes uitwisselen.  We gaan mee met gids Cristina. Zij spreekt erg goed Engels, met een grappig Spaans accent.  Vol passie vertelt zij over het ontstaan van het nationale park. We leren van alles over lava: verschillen tussen lava met hoge en lage viscositeit, scherpe en gladde lava, vulkanisch gesteente.



De wandeling gaat over lava-as, lavagruis en lavagesteente. Het landschap wordt steeds ruiger. De lava ligt steeds hoger opgestapeld. We zien golven van lava die bij het stollen van de lava afgebroken zijn. Plotseling stoppen we. De gids vraagt ons in een klein kringetje te gaan staan. Ze springt op en neer. De grond onder ons begint te bewegen, kleine golvende bewegingen. We lopen op lavatunnels. Aan het einde van de wandeling gaan we zelfs nog een lavatunnel in. In de tunnel kunnen we bijna rechtop staan. Het is muisstil. Alleen de wind horen we langs en over de vele vulkanen blazen.

We lopen terug naar de bus en rijden terug naar het bezoekerscentrum. De wandeling duurde drie uur. En met het heen en weer rijden is het inmiddels half 2.

Na de wandeling eten we wat in het restaurant op het park. De keuken van het restaurant maakt gebruik van de vulkaan. Onze spies met vlees ligt op een rooster boven  een put met vulkanische warmte. De temperatuur in het gat is meer dan 300 graden Celcius. De lunch is zo klaar. Binnen een paar minuten kunnen we eten.


We pakken de bus en rijden in een half uur door het vulkanisch landschap. Het landschap is indrukwekkend. Van glooiende aswoestijnen, langs muren van gestapeld lava rijden we naar de krater waar ooit de eerste eruptie op Lanzarote begon. De bus rijdt over smalle, geasfalteerde wegen, maakt onmogelijke bochten langs afgronden. Mensen met hoogtevrees voelen zich wel enigszins ongemakkelijk - voorzichtig geformuleerd - in de bus.

Buiten het restaurant - op een nog bestaande magmakamer - zien we nog hoe heet het op geringe diepte onder de grond is. We krijgen wat grind van slechts 10 centimeter diepte op onze hand. Al gauw ligt het grind op de grond omdat het te heet is. Een medewerker houdt op één meter diepte een stuk stro tegen de hete steen. Binnen een paar seconden begint het stro spontaan te branden. Een andere medewerker gooit een emmer water in een gat in de grond. Na twee seconden spuit het water er als stoom met grote kracht uit.

We rijden nog even naar het vissersdorp El Golfo. Bij binnenkomst van het dorp ligt er aan de linkerkant een parkeerterrein waar we de auto parkeren. Vanaf het parkeerterrein gaat een wandelpad omhoog naar het uitzichtpunt Lago Verde. Het meer is ontstaan in een oude krater. Nog steeds wordt water ondergronds aangevoerd wordt naar het meer. Het meer is zo groen vanwege algen die in het zoute water leven. De felle groene kleur steekt mooi af bij de zwarte kraterwanden. De steile wanden rondom het strand en Lago Verde vormen de helft van de oorspronkelijke krater waaruit het groene meer ontstaan is. De andere helft is door de zee inmiddels afgebroken.



donderdag 7 juli 2016

Jardin de Cactus

Het is bewolkt. Er staat een stevige wind, waardoor het zelfs op ons terras een beetje fris aanvoelt. De plannen om te gaan snorkelen op Playa de Chica houden we nog even vast. We bezoeken het allerlaatste project van  César Manrique, de Jardin de Cactus.

De cactustuin ligt in het noorden van Lanzarote, vlakbij het dorpje Guatiza, ongeveer 35 minuten rijden met de auto. Overal op Lanzarote groeien cactussen. Aan de rand van Guatiza liggen velden vol cactusplanten. En direct daarachter de Jardin de Cactus. Een windmolen steekt boven de tuin uit. Bij de ingang van de tuin staat een enorm cactussculptuur van metaal, vast ook weer een kunstwerk van César Manrique.

We parkeren de auto, betalen 5,50 euro entree per persoon en lopen naar binnen. Onze eerste reactie is 'wow'. De cactustuin ligt in een oude steengroeve, in de vorm van een amfitheater.


We wandelen door de tuin en genieten van de 1.100 soorten cactussen die van over de hele wereld afkomstig zijn. Veel van de  cactussoorten groeien niet in het wild op Lanzarote, maar doen het prima in Jardin de Cactus. Dat komt door het vrij droge en warme klimaat op Lanzarote. De cactussen zijn geplant tussen zwart lavagruis. De kleur contrasteert mooi met de groene, gele, witte en soms rode kleuren van de cactussen. Ben voelt aan iedere cactus. Hoe vriendelijk de cactus er ook uitziet, de cactus prikt steeds weer. Na vele keren 'au' geroepen te hebben (welke ezel stoot ....?), vindt hij toch nog een cactus die minder scherp is.



De cactustuin is op verschillende niveaus aangelegd. De meeste cactussen bevinden zich op het grote centrale veld dat het laagste ligt. Rondom het centrale veld zijn enkele terrassen aangelegd. Voor mensen die minder goed ter been zijn, is het moeilijk om de hogere terrassen te bekijken omdat die alleen bereikbaar zijn via trappen van lavasteen.

Op de rand van de tuin staat een oude windmolen. We beklimmen de molen en krijgen een prachtig uitzicht op de tuin. Onder de molen ligt een restaurant. Ben geniet van een lokale witte wijn. Allebei eten we een broodje Spaanse omelet voordat we weer naar ons appartement rijden.

woensdag 6 juli 2016

Avenida de las Playas

Na het ontbijt lopen we nog even naar de supermarkt. Gisteren hebben we al 5 liter mineraalwater gekocht, maar dat gaat snel op. Op Lanzarote komt ontzilt zeewater uit de kraan. Dagelijks bewerkt de ontziltingsfabriek bij Arrecife 35 miljoen liter zeewater. Veelal voor de vele toeristen die komen. We kunnen er wel onze tanden mee poetsen maar het is niet lekker om zo te drinken. De waterdruk is erg laag. Uit de kraan en douche komt een kleine straal.

Het zonnetje doet z'n best, maar het wolkendek is dicht. Af en toe prikt de zon er even tussendoor. De temperatuur is heerlijk. We gaan de omgeving verkennen en lopen langs Playa Grande richting de oude haven van Puerto del Carmen.

Vlak voor de haven ligt Playa Chica, een prachtige baai waar veel toeristen aan het snorkelen en
duiken zijn. De zee is aan de oostkust van Lanzarote een groot meer. Golven zijn rimpels hier. Wat een prachtige plek om te snorkelen.

We lopen door naar de oude haven. Vanaf de pier zien we de vissen in het water. Op de pier liggen onder de bankjes 'roedels' poezen. In het zonnetje wachten ze op de toeristen en lokale bewoners die het kattenvoer bij ze komen brengen. Op een van de vele terrassen drinken we een kopje koffie en thee en daarna lopen we terug naar ons appartement voor de lunch.

‘s Middags slaan we linksaf, de 6 km lange Avenida de las Playas op. Ons appartement ligt bijna aan het einde van de boulevard. De boulevard is prachtig aangelegd. Overal staan palmbomen en groeien kleurrijke tropische planten op zwart gruis.
We wandelen tussen de Atlantische Oceaan en de vele restaurants, winkels, supermarkten, bars en nachtclubs door. Na een terrasje besluiten we nog door te lopen naar het vliegveld. De aanvliegroute voor de landingsbaan ligt in de zee. De vliegtuigen komen vlak langs ons. Een imposant gezicht.

Inmiddels is het al tegen half zes. De laatste zes kilometer lopen we in een stuk door. Voor de uitdaging '#wandel1000 km in 2016' weer 16 kilometer erbij. Om kwart voor zeven zijn we weer bij het appartement. De keuken wacht op ons.


 

dinsdag 5 juli 2016

Op weg naar Lanzarote

Lanzarote is het meest noordelijke eiland van de Canarische eilanden. De eilanden horen bij Spanje, maar liggen zo’n 115 kilometer voor de kust van Marokko.

Met haar net behaalde rijbewijs vindt Laura het natuurlijk extra leuk om ons weg te brengen. We nemen de trein vanaf Schiedam Centrum. De trein heeft 15 minuten vertraging, maar daar hadden we al rekening mee gehouden. De vertraging is ook weer het gesprek in de coupe. Een gepensioneerde machinist vertelt met veel passie over z’n werk dat hij ruim 40 jaar heeft gedaan. De huidige machinisten zijn ‘knoppenmannen’, aldus de ex-machinist. Vroeger was alles beter ….

Om 12 uur zijn we op Schiphol. Na de securitycheck hebben we nog tijd om te lunchen. We kopen nog een tijdschrift en twee boeken en wandelen naar de gate. Het vliegtuig vertrekt keurig op tijd. Na een vlucht van 4 uur en 20 minuten landen we om 17.45 uur lokale tijd.

Lanzarote is 62 km lang en 21 km breed, voor een deel bedekt met lava en weinig begroeiing. De kunstenaar/architect César Manrique heeft veel gedaan om het oorspronkelijke karakter van het eiland te behouden. Zo heeft hij bewerkstelligd dat alleen de traditionele kleuren groen, blauw en bruin zijn toegestaan voor deuren en kozijnen. De huizen mogen niet hoger zijn dan vier verdiepingen en moeten bovendien wit geschilderd zijn. Vanuit ons vliegtuig zien we de witte huizen al liggen.


We pikken onze huurauto op en rijden in nog geen tien minuten van het vliegveld naar het appartement. Een parkeerplaats vinden kost meer tijd. Pas een paar straten verderop kunnen we de auto parkeren. Met onze koffers wandelen we door de steile straten terug naar het appartement. We logeren in een 2-kamer appartement in Puerto del Carmen, op nog geen 50 meter van het strand Playa Grande. De eigenaresse van het appartement staat ons al op te wachten. Na het uitpakken van de bagage rijden we naar de supermarkt en slaan boodschappen in. Op ons terras - met uitzicht op de Atlantische Oceaan - eten we nog een gebakken eitje met stokbrood.

maandag 28 maart 2016

Onderweg naar het vliegveld

Na het ontbijt pakken we onze koffers in en verlaten ons hotel. We vervolgen onze route over de R62 en rijden door Calitzdorp, de porthoofdstad van Zuid-Afrika. Overal kunnen we port proeven.
Buiten Calitzdorp ligt een vuilstortplaats, waar kinderen en bejaarden zoeken naar bruikbare spullen.

Onderweg passeren we kleine dorpjes met prachtige namen als Opsoek, Bergsig, Hoeko en Plathuis. Net voorbij Ladismith gaan alle auto's vol in de remmen. Een groep bavianen steekt de provinciale weg over. Ze trekken het prikkeldraad van het hek uit elkaar en klauteren er tussen door.


Net voorbij Barrydale  stoppen we bij Ronnies sexshop. De naam doet anders vermoeden, maar het is het meest populaire wegrestaurant van Zuidafrika. Het verhaal gaat dat het wegrestaurant niet zo goed liep, totdat vrienden in een melige bui ‘sex’ tussen ‘Ronnies’ en ‘shop’ verfden. De omzet verdriedubbelde, terwijl het nog steeds een winkeltje is waar ijsjes, frisdrank, bier, patat (en inmiddels ook t-shirts met de opdruk Route 62 of Ronnies sexshop) gekocht kunnen worden. Om de winkel later toch een meer erotische lading te geven, hangt het plafond vol met bh’s, in alle maten, kleuren en soorten. In de hal van het toilet hebben bezoekers teksten op de wanden geschreven. Andere wanden zijn vol beplakt met visitekaartjes. Ook Ben kan het niet laten en steekt een visitekaartje van Leo Ringelberg onder een vlag.

Tegen 13.00 uur zijn we in Montagu. Montagu is een klein plaatsje met niet meer dan 15.000 inwoners. We logeren in Montagu Vines. Het bed & breakfast heeft acht kamers en ligt in het midden van een grote privétuin, met een schitterend uitzicht op de bergen.

Nadat we zijn ingecheckt, lopen we via de Lover's Walk door de Kogmanskloof. We lopen langs de Klipspringer cabin, een overnachtingsplek voor wandelaars, en slaan rechtsaf. Nadat we nog een stukje van de Bloupunttrail hebben gewandeld, keren we om. 's Avonds eten we bij Ye Olde Tavern en checken alvast in voor de terugreis. Morgen sluiten we onze vakantie af met een wijn- en kaasproeverij bij Fairview in Paarl.

zondag 27 maart 2016

Meerkat Adventures/Cango grotten

Een kort nachtje. Om half zes staan we op. Met gids Devey van De Zeekoe gaan we stokstaartjes spotten. 's Nacht regent het flink. Het weer knapt gelukkig in de vroege ochtend op. Stokstaartjes houden namelijk niet van regen en kou.

Nog voor zonsopgang rijden we met onze auto naar het territorium van de stokstaartjes. Zij hebben een leefgebied van 3,5 bij 1 kilometer, waarin ze inmiddels meer dan 20 holen hebben. Eerst krijgen we nog een kopje koffie en zien we de zon langzaam opkomen. We wandelen naar de plek waar Devey verwacht dat de stokstaartjes ontwaken.


Afrikanen noemen een stokstaartje een meerkat. Stokstaartjes leven vooral op droge, open vlaktes. Ze leven in groepen van maximaal dertig. Een stokstaartje is 25 tot 35 cm groot, met een staart van 18 tot 25 cm. Ze wegen tussen de 500 en 1.000 gram en worden ongeveer tien jaar oud. Elk stokstaartje in de groep heeft een eigen taak. Sommige dieren zijn wachters en staan op de uitkijk. De wachters staan ook altijd wat hoger zodat ze alles goed kunnen zien. Een fluitend geluid betekent oppassen. Een blaffend geluid betekent gevaar. Alle stokstaartjes, maar ook alle andere dieren in de omgeving, rennen voor hun leven. Verder zijn er ook jagers en babysitters, die op de jongen passen als de ouders er niet zijn.


De zon komt langzaam op. De eerste zonnestralen vallen op de grond. De stokstaartjes slapen uit en laten zich nog niet zien. Pas na achten komen de eerste stokstaartjes uit een gang van het hol. Ze warmen zich op aan de zon en kijken of de omgeving veilig is. Steeds meer stokstaartjes komen naar buiten. We zitten eerste rang. Geweldig om de beestjes zo bezig te zien. Steeds verder gaan ze van het hol. Ze graven in de grond op zoek naar voedsel. Stokstaartjes eten voornamelijk spinnen, slakken en insecten. Ook hagedissen lusten ze graag, maar het favoriete maaltje is een schorpioen. Een stokstaartje klimt op een struik en houdt de wacht. We klappen de campingstoelen in en lopen met de stokstaartjes mee. Na een uurtje breken we weer op. We rijden terug naar ons hotel, waar het ontbijt al voor ons klaar staat.


Na het ontbijt bezoeken we de beroemde Cango Caves. De grotten zijn 20 miljoen jaar oud en staan bekend als Nature Wonders of the World. Er zijn twee tours te boeken: de Heritage Tour van 1 uur en de Adventure Tour die door de nauwste schachten van de grot leidt. In een paskamer kunnen we zien en proberen hoe nauw de schachten zijn. We zien ons niet kruipen door de gangen, met ook nog het risico vast te komen zitten. Zeker de postbox-doorgang klinkt onheilspellend. De Heritage Tour is meer geschikt voor ons.



De rondleiding duurt een uur. We bezoeken verschillende kamers. Aan het plafond hangen stalactieten. Stalsactieten ontstaan doordat naar beneden druppelend water calciet oplost. Het water droogt op, de restjes calciet blijven achter en groeien uit tot stalactieten. Een stalactiet groeit 1 mm per 100 jaar. Stalagmieten staan op de grond en ontstaan doordat water op de grond valt. De restjes calciet groeien uit tot stalamieten.

Pas aan het einde van de 18e eeuw zijn de grotten ontdekt. Een lokale boer was op zoek naar z'n vee. Hij liet zich in de grot afzakken met een touw en een olielampje en kwam in een zaal terecht. Onze gids doet het licht uit zodat we ook kunnen ervaren hoe donker het destijds was met alleen een olielampje als lichtbron. We wandelen ruim 600 meter door de grot en bezoeken vier kamers. Het is altijd 18 graden in de grot.


zaterdag 26 maart 2016

Swartbergpas/Struisvogelboerderij


Een spannende tocht vandaag. Via de Swartbergpas in de Swartberg Mountains rijden we naar Oudtshoorn. De pas is 24 kilometer lang. Het hoogste punt van de pas ligt op 1.577 meter. We stijgen over een gravelweg 1.000 meter binnen een straal van 12 kilometer. Snel stijgende hellingen, scherpe haarspeldbochten en nauwe doorgangen, Ben zit aan het stuur.

De pas is onverhard. We rijden over een smalle weg door een kloof van steile rotswanden heen. Met de auto steken we door twee kleine riviertjes, genaamd 'Eerste rivier' en 'Tweede rivier'. We ontwijken de rotsblokken die op de weg liggen. Met tegenliggers is het soms spannend, beide bestuurders op zoek naar een plekje waar de auto's elkaar kunnen passeren.

Op een bergwand is een grote brand geweest. Langzaam herstelt de natuur zich weer. Aan zwart geblakerde struiken komen de eerste bloemknoppen. Op zwarte aarde groeien de eerste grassprieten. Met veel bewondering kijken we naar een jogger die naar boven gaat. Onderweg komen we restanten van woningen en tolhuisjes tegen. Na 45 minuten rijden staan we op de top. Het is ijskoud op 'Die Top'. De wind blaast met enorme snelheden door de vallei. De afdaling naar Oudtshoorn is minder spectaculair. De weg is breder en veel overzichtelijker. En de bijrijder zit aan de kant van de berg, ook wel zo prettig.

We stoppen voor de lunch bij Buffelsdrift Game Lodge Restaurant. Het restaurant ligt 6,5 kilometer buiten Oudtshoorn. De locatie is schitterend. We kiezen een tafel aan de rand van het balkon en kijken uit op een groot meer, waarin drie nijlpaarden leven. Al snel zien we een nijlpaard in het water liggen. Hij spert zijn enorme bek open en verdwijnt weer onder water. Iedere vijf/zes minuten komt het nijlpaard weer boven. De andere minuten zien we een klein gedeelte van zijn rug en af en toe ook zijn ogen net boven het wateroppervlak.


We checken redelijk vroeg in bij ons overnachtingsadres in Oudtshoorn. Oudtshoorn wordt wel de struisvogelhoofdstad van de wereld of de verenhoofdstad van Zuid-Afrika genoemd. De stad is vooral bekend van de vele struisvogelfarms die om Oudtshoorn liggen. Het klimaat is aangenaam. De hoogtijdagen van deze industrie zijn al lang voorbij, maar rond Outshoorn liggen nog steeds overal struisvogelboerderijen die te bezoeken zijn.

We rijden naar Highgate Ostrich Show Farm, een van de oudste showfarms, en ook nog steeds een struisvogelboerderij. De tour is zeer interessant. In ruim 90 minuten vertelt onze gids Tabisha veel. Volstruis is het Afrikaanse woord voor struisvogel. Struisvogels kunnen wel 2.20 m hoog worden en tot 130 kg wegen.Mannetjes zijn zwart, vrouwtjes zijn bruingrijs. Een struisvogel kan snelheden tot 80 kilometer per uur halen. Het ‘wereldrecord’ voor struisvogels staat zelfs op 97 kilometer per uur. In gevangenschap kan een struisvogel tussen de dertig en zestig jaar oud worden. Ergens in Oudtshoorn is zelfs een struisvogel 81 jaar geworden.

Een struisvogel heeft geen tanden. We mogen de struisvogels mais voeren vanaf de palm van onze hand. Ze pikken de mais uit onze handen, alhoewel meer mais op de grond valt. Wat een bende maken ze ervan.

Het allereerste ei dat een struisvogel legt is klein. Het vrouwtje eet het ei op. Ze krijgt dan veel kalk binnen, waardoor alle andere eieren groot worden. Een ei weegt meer dan 1 kilo. Ter vergelijking: een struisvogelei is gelijk aan 16 kippeneieren. Het koken van een struisvogelei duurt dan ook lang: na 2 uur is het ei gekookt. We mogen op een struisvogelei staan zolang we maar geen 100 kilo of meer wegen.

Ook de veren en huid van een struisvogel worden gebruikt. De halsveren worden eruit getrokken. De struisvogel zou daar niets van mogen voelen. De witte veren worden geknipt. Na negen maanden zijn de veren weer aangegroeid. Van de huid worden o.a. tassen en portemonnees gemaakt.

Aan het einde van de tour kunnen we nog op een struisvogel zitten of er zelfs op rijden. We kijken toe hoe de struisvogel eerst een kap over de kop krijgt, waardoor ze rustig blijft staan en toeristen op een struisvogel kunnen gaan zitten. Bij het rijden wordt het een grote chaos. Wanneer de struisvogel met kap gaat rennen, rennen de andere struisvogels als een kip zonder kop rond. De struisvogelrace met medewerkers van de farm is leuk om te zien.


Met 80.000 inwoners is Oudtshoorn de grootste stad in de regio Little Karoo. Net buiten Oudtshoorn ligt De Zeekoe Guest Farm. De Zeekoe is een prachtig gerestaureerde koloniale boerderij van 150 jaar oud en wordt omringd door de Swartberge en de Outeniqua-bergen. We slapen twee nachten in een van de negen luxury slaapkamers.



vrijdag 25 maart 2016

Karoo National Park


De Karoo is het hart van Zuid-Afrika. Een uitgestrekte halfwoestijn en in het najaar een bloemenzee. Nu is het erg droog en dor. In de zomermaanden (november - maart) kan het overdag erg warm worden (tot 43°C). De Karoo is op te delen in twee gebieden. De iets nattere en meer bergachtige Kleine Karoo en de noordelijker, drogere Grote Karoo. Op de grens van de twee ligt het Karoo National Park waar we vanavond overnachten. We rijden over de R61. Deze weg is langs een lineaal aangelegd, zo kaarsrecht. Verkeersborden waarschuwen voor de vele ongelukken die op deze weg gebeuren.

Bij Rooidam Pardfarm stoppen we even. Het is een kruidenierswinkeltje, in the middle of nowhere, waar echt van alles verkocht wordt. In de vriezer liggen grote stukken vlees. Worst hangt te drogen in een vitrine. T-shirts en bordjes met grappige spreuken hangen aan het plafond. En het is een restaurant. Met handen en voeten leggen we uit dat we een kopje thee willen drinken. Five roses is een begrip in Zuid-Afrika, dat begrijpt ze direct. Aan een tafeltje, waar plantjes gestekt worden, drinken we onze koffie en thee op en bewonderen alle koopwaar die uitgestald staat.

In Beaufort-West stoppen we voor onze dagelijkse boodschappen. Rijen met mensen staan voor de banken. Achteraf horen we dat vandaag de salarissen worden uitbetaald. In de supermarkt is het enorm druk.

Het Karoo National Park is te verdelen in drie hoogvlaktes: het Upper Plateau (1.750 m), het Middle Plateau (1.300 m) en de Plains (840 m). Het hoogste punt in het park is 1.912 m.

Bij de receptie kopen we een wasmunt voor 10 Rand en lopen met onze vuile was naar de camping. Naast het sanitairgebouw eten twee grote schildpadden gras. Terwijl de was draait, lopen we de Fossil Trail, een korte fossielenwandeling van 400 meter waar we op een afstand van enkele meters het ene fossiel na het andere fossiel zien. In het park zijn veel fossiele overblijfselen gevonden waarvan sommigen op miljoenen jaar oud geschat worden.



Op het park zijn twee self-games drives: Potlekkertjie (48 kilometer) en Lammertjiesleegte (10.7 kilometer). In het noordelijke gedeelte van het park zijn 4x4 trails. In de namiddag rijden we de Potlekkertjieloop. De eerste 20 kilometer rijden we door een uitgestrekt, vlak en dor landschap. De dieren zijn op een hand te tellen. Pas als we op het middenplateau rijden, zien we dieren. En dieren die we op eerdere drives nog niet gezien hebben. Een baviaan drinkt met haar jonkie water uit een kleine pas. En verderop zien we vier - veels te grote - oren boven het gras uitsteken. Even later laat de bat-eared fox ook z'n kopje zien. Snel draaien ze zich van ons weg. Er blijkt ook nog een derde vosje te zitten. Ook de gemsbok laat zich voor de eerste keer goed fotograferen. Aan het einde van de loop springt een klipspringer van een stenen muurtje.


We logeren in Karoo National Park Main in een cottage. In onze cottage kunnen zelfs vier personen slapen. We hebben weer een keukentje, waarin we vanavond biefstuk met bloemkool en brocolli klaar maken. Op ons terras kijken we op de bergen. De zon gaat onder. Binnen een kwartier is het donker. We horen alleen de wind nog door de vallei blazen.

In de middag rijden we het Karoo National Park uit. We zijn het park nog niet uit of we worden aangehouden. Een politieagent controleert ons (internationaal) rijbewijs en paspoort en loopt om de auto heen. We mogen weer verder en rijden naar ons overnachtingsadres in Prins Albert. Prins Albert is een klein open lucht museum met prachtige Victoriaanse huizen. Negentien huizen zijn inmiddels een nationaal monument. We hebben wederom een prachtige kamer in bed & breakfast Dennehof Karoo, de Wagon Shed. De Wagon Shed is gerestaureerd van een oude wagenschuur naar een monumentaal gastenverblijf.