dinsdag 12 juli 2016

Van Mirador del Rio naar Cueva de Los Verdes/Juamo del Agua

We verkennen het noordelijke gedeelte van het eiland. 's Ochtends rijden we naar het uitzichtpunt Mirador del Rio.  Dit uitzichtpunt ligt op een hoogte van 485 meter aan de noordkant van de kilometers lange klif Risco de Famara. Hoe hoger we klimmen met de auto, hoe mistiger het wordt. We hebben duidelijk de verkeerde dag gekozen. Het uitzichtpunt ligt in de wolken. Op een heldere dag zouden we een fantastisch uitzicht op het eiland La Graciosa en de achterliggende onbewoonde eilanden, de vulkanische klif Risco de Famara en de zoutpannen hebben. Door de flarden mist zien we af en toe de kustlijn van Lanzarote en kort, maar echt een paar seconden, een glimp van het eiland La Graciosa.

In het restaurant genieten we dan maar van twee bijzondere sculpturen aan het plafond, uiteraard ook weer uit de handen van César Manrique. Bij ons kopje koffie/thee nemen we een appelpunt en wachten en wachten .... De mist trekt niet weg.

Via Orzola en de oostkust rijden we naar Cueva de los Verdes en Juamo del Agua. In het noorden van Lanzarote zijn door vulkaanstromen onderaardse grotten ontstaan. Het grottenstelsel strekt zich vanaf enkele kilometers landinwaarts uit tot bijna aan de kust. Cueva de los Verdes ligt aan de ene kant van de weg, Juamo del Agua aan de andere kant van de weg (ongeveer 1 kilometer van elkaar).

Jameos del Agua is een natuurlijke ondergronds meer. César Manrique  heeft het meer aangekleed met zitgedeeltes, een lagune in de openlucht en een vulkaanmuseum. In het meer leeft de albinokreeft. Het leefgebied van deze kleine schaaldieren ligt normaal honderden meters diep. Jameos del Agua is een van de zeldzame plekken op de wereld waar de albinokreeft in het wild te zien is, zo dicht aan de oppervlakte. We zien de kreeftjes in eerste instantie over het hoofd, zo klein zijn ze. Dan ontdekken we dat de vele witte vlekjes in het water de kreeftjes zijn. Na het meer lopen we over een tweede terras naar een 'bounty-achtige' lagune. Het water is smaragdblauw, het 'zand' is wit.

Cueva de los Verdes telt ongeveer zeven kilometer aan grotten en gangen. De naam heeft overigens niets met de kleur groen te maken, wat sommige mensen denken door het woord "Verdes". De  familie Verdes is in de zestiende eeuw gevlucht voor piraten. Zij verstopten zich in het grottenstelsel.

Ongeveer één kilometer van de grotten is voor publiek toegankelijk.  We zijn niet de enigen die - onder begeleiding van een gids - een rondleiding van ongeveer vijftig minuten door de grotten krijgen. De rij begint al op de parkeerplaats. Tijdens het wachten krijgen we bezoek van een hagedis, vol met blauwe vlekken.

Tijdens deze rondleiding wordt van alles uitgelegd over de grotten. We verstaan er niks van. Het Engels van onze gids is Spaans met een Engels accent of andersom. De overgang van haar Spaanse verhaal naar het Engels merken we niet eens. We kijken om ons heen en zien grotten op verschillende niveau's. De grotten variëren ook zeer sterk van afmetingen, zowel in hoogte als breedte. Tijdens de rondleiding moeten we regelmatig bukken. Steeds verder dalen we af naar de diepere gedeeltes van de grotten tot we bij een auditorium komen. Rondom het auditorium staan houten klapstoeltjes.

Bij het auditorium keren we weer om en gaan met een steile trap naar de laatste ruimte. In deze grot kijken we een enorme diepte in. De gids vraagt aan iemand uit de groep om een steen hard de diepte in te gooien. Muisstil wachten we op de echo van de val. En dan .... dat mogen we niet verklappen. Dat is het geheim van Cueva de los Verdes. Het geheim is de entree van 9 euro per persoon waard. Verder vinden we de rondleiding erg commercieel. Er zijn teveel groepen in de grotten en iedere groep met toeristen is veel te groot. De rondleiding duurt vooral vijftig minuten omdat steeds gewacht moet worden tot de groep weer compleet is.