donderdag 10 maart 2016

Tafelberg


Op de website zien we dat de kabelbaan naar de Tafelberg draait. Met 260 miljoen jaren op de teller is de Tafelberg veel ouder dan bijvoorbeeld de Alpen (32 miljoen jaar) en de Himalaya (40 miljoen jaar). De Tafelberg is in 2011 verkozen tot een van de New Seven Wonders of Nature. De Tafelberg heeft een platte bovenkant en is ongeveer drie kilometer breed. Het hoogste punt is 1.086 meter en heet Maclear’s Beacon, vernoemd naar een arts die geholpen heeft bij het meten van de kromming van de aarde. De bovenkant van de berg ligt vaak in de wolken, het zgn. tafelkleed van de Tafelberg.

Over de Kloofnek road rijden we met de hop on hop off bus naar de kabelbaan van de Tafelberg. Eerst staan we in de rij voor de rij voor de kassa. Er zijn dus twee rijen: een rij voor en een rij bij de kassa. Na een paar minuten mogen we van de medewerker de straat oversteken om in de rij voor de kassa te staan. Een enkeltje kost 125 Rand. Wildcardhouders (ook wij hebben een Wildcard voor de natuurparken die we nog gaan bezoeken) krijgen 20% korting. Vrijwillig (of gedwongen omdat door veranderende weeromstandigheden de kabelbaan vanmiddag waarschijnlijk sluit) lopen we de Tafelberg af via de wandelroute Platteklip Gorge.

De kabelbaan is operationeel sinds 1929. In de huidige gondels kunnen maximaal 65 personen. Onderweg draait de gondel 360 graden. De gondel heeft een snelheid van 10 meter per seconde. Binnen 5 minuten zijn we boven.

Boven staat al een harde, frisse wind. Gemiddeld is het op de Tafelberg 6 graden kouder dan beneden. Na het drinken van een kopje koffie en warme chocolademelk wandelen we over de Tafelberg. Op de Tafelberg zijn  drie wandelingen uitgezet: Dassie Walk (15 minuten), Agama Walk (30 minuten) en Klipspringer Walk waarbij de wandeling langs de rand van de Tafelberg en het Platteklip Ravijn loopt. We maken onze eigen wandeling en lopen delen van de drie routes. De vergezichten zijn spectaculair. In de verte zien we ook Robbeneiland liggen.

Vlakbij het restaurant zien we een jonge Kaapse klipdas, een ongeveer 30 tot 58 centimeter groot diertje dat lijkt op een knaagdier. Onvoorstelbaar dat het beestje anatomisch verwant is aan de olifant.


Na de lunch wandelen we naar het beginpunt van de afdaling door Platteklip Gorge. We noteren de twee nummers die we in nood kunnen bellen. En met in onze rugzak vier flessen water, twee bananen, twee sinaasappels, twee repen chocolade en een volle maag dalen we af. Via een trap van rotsen dalen we over 800 rotstreden door de Platteklip in bijna twee uur drie kilometer. We overbruggen in die drie kilometer bijna 700 meter hoogte.

In 1503 was de Portugees António de Saldanha de eerste die deze route wandelde. In die tijd liepen er nog leeuwen en luipaarden rond op de Tafelberg. De enige 'wilde' beesten die we nu nog tegen kunnen komen zijn dassies, hagedissen en bavianen. En toeristen die we onderweg inhalen of ons tegemoet komen.

Het wandelpad bestaat uit alleen rotsen. Vlakke stukken zijn er nauwelijks. We zoeken onze weg over de vele rotsen, klimmen en klauteren, glijden voor houvast over onze billen naar de lagere rots omdat de benen te kort zijn, houden elkaars hand vast voor het evenwicht, zoeken steun aan iedere tak, paal of rotswand. De benen trillen van de inspanning, de stappen worden onzekerder. Rotsen genoeg om af en toe even op te zitten voor een korte pauze. We eten onze banaan op en snoepen van de reep chocolade. Achter ons zien we langzaam de mist de kloof in komen.

In het begin zeggen we tegen de klimmende, hijgende, soms vertwijfelde of al wanhopig kijkende wandelaars dat ze er bijna zijn. Hoe verder we naar beneden afdalen, hoe graag wij van de klimmers willen weten of wij er al bijna zijn. Maar we genieten, van het prachtige uitzicht, de uitdagende afdaling, de vermoeidheid en de trots dat we dit nog kunnen en blij dat we dit mogen beleven.

We zien de autoweg al liggen, maar ons wandelpad blijft slingeren door de kloof. De weg lijkt niet dichterbij te komen. En dan opeens zijn we er .... bijna, want we moeten nog 1,5 km terug lopen naar de kabelbaan. De spieren in onze benen luisteren niet meer. In plaats van steeds opnieuw dalen, moeten de benen nu gewoon vooruit lopen. Met een harde wind in de rug zwalken we als twee dronkaards over de weg.

De kabelbaan is inderdaad eerder gesloten. Het restaurant en de kiosk zijn ook al bezig op te ruimen. We kunnen nog wel een ijsje kopen voordat we weer in de hop on hop off bus stappen naar ons appartement.