woensdag 9 maart 2016

Cape Point


Een actieve fiets-/wandel-/boot- en bustocht naar Cape Point staat vandaag op het programma. Cape Point is het meest zuidwestelijke punt van het Afrikaanse continent. Braaf als we zijn, staan we om 9 uur buiten te wachten op de bus die ons bij het appartement oppikt. We blijken de laatste groep te zijn die opgehaald wordt. Om half 10 stappen we in een busje van Daytrippers. Met een gezelschap van 16 personen rijden we naar Hout Bay. Sele is onze gids en chauffeur.

Via Clifton, Camps Bay en Llandudo rijden we naar Hout Bay. We kopen een kaartje voor de optionele boottocht van drie kwartier en varen naar de zeehondenkolonie op Duiker Island. Dit eiland wordt ook wel Seal Island genoemd, want er wonen zo’n 2.000 Kaapse zeehonden op het eiland. Bij het verlaten van de haven zien we de eerste zeehonden al liggen te zonnen op een paar rubber banden. De zee is vandaag rustig. De boot maakt dan toch nog wel behoorlijke schommelingen. In 20 minuten vaart de boot naar Seal Island.


Het is een eiland van rotsen. Op Seal Island zien we honderden zeehonden. En dan tellen we de zeehonden die zwemmen rondom het eiland, drijven op hun rug en zwaaien met een vin, niet eens mee. In de kolonie leven ook jonge zeehonden. De vacht is nog helemaal pluizig. Een kwartier blijven we kijken naar deze schattige dieren, en dan varen we terug. Sommige zeehonden zwemmen met ons mee naar de haven. Drie redelijk bejaarde mannen verwelkomen ons zingend op de kade. Zodra we de boot verlaten, gaat de pet rond.

We rijden verder via Chapman’s Peak Drive naar Simons Town. Bij Long Beach, zoals de naam al zegt een prachtig wit strand, staat een medewerker boven op de heuvel op de uitkijk voor haaien. In de haven van Simons Town vaart een onderzeeer naar de marinebasis die ook in dit stadje ligt.

Bij Boulder’s Beach woont een grote zwartvoetpinguinkolonie. De Afrikanen noemen deze pinguins brilpikkewyn. Opvallend aan deze pinguïn is een naakte, roze vlek die boven de ogen richting de bovensnavel loopt. De zwartvoetpinguïn wordt ongeveer 60 tot 70 cm lang en weegt volwassen bijna 3 kg. De pinguin wordt in de natuur gemiddeld 12 jaar.


Er zijn twee boardwalks. Na het toiletgebouw slaan we direct rechtsaf de boardwalk op. Op de grond zien we nog een paar pinguineieren liggen. Aan het einde van de boardwalk ligt een strandje met tientallen pinguins. Ook in de zee zien we pinguins zwemmen. We besluiten snel nog even naar de andere boardwalk te lopen. Ook deze boardwalk eindigt op hetzelfde strandje, maar de pinguins liggen daar vandaag dichterbij. Ook in de duinen, direct naast de boardwalk, zien we nog een paar pinguïns. Helaas kunnen we maar 20 minuten bij de pinguïns blijven.

We stappen weer in de bus en rijden naar Cape of Good Hope Nature Reserve. Onze gids Sele waarschuwt ons diverse malen voor bavianen, vooral singles, die nogal agressief zijn. Overal langs de weg staan ook waarschuwingsborden. Er lopen zelfs 'baviaanbewakers' die de bavianen bij de huizen weg moeten houden. Uiteindelijk zien we - vanuit de bus - een jonge baviaan die een stenen trap gebruikt om omhoog te klimmen.

Het Cape of Good Hope Nature Reserve is een mooi natuurgebied met een grote variëteit aan flora en fauna. Hier leven onder andere bavianen, zeehonden, rode hartebeesten, bontebokken, zebra's, elanden en meer dan 260 vogelsoorten. Als we net het park in zijn, nemen we rechts een afslag. Sele parkeert de bus en laadt de mountainbikes uit. We fietsen naar het Visitor Center. Het is maar 6 kilometer, maar met een hele zachte achterband toch nog een hele tour. Het uitladen en instellen van de mountainbikes kost veel tijd, zeker als we het afzetten tegen de 20 minuten die we nodig hebben om bij het Visitor Center te komen.

Bij het Visitor Center stalt Sele een gevarieerd buffet uit op een van de picknicktafels. De zelf gebakken koekjes zijn heerlijk. Ook de koude pasta, broodjes, salade en fruit gaan er wel in. Het eten dat overblijft deelt Sele uit onder de medewerkers van het park. Met stukken watermeloen en een flesje jus d'orange gaan ze weer aan het werk.

Na de heerlijke lunch rijden we, inmiddels is het al kwart voor 3, naar de vuurtoren. Het licht van de vuurtoren is heel sterk. Op 67 kilometer afstand kunnen de schepen de vuurtoren al zien.We krijgen 40 minuten om de vuurtoren te bezichtigen. Geen probleem wanneer we de kabelbaan nemen, maar we wandelen naar de vuurtoren. Een behoorlijk pittige wandeling, waarin we in een korte tijd veel hoogte overbruggen. Onderweg genieten we van het uitzicht (oftewel we nemen even een adempauze).  Naar beneden gaat de wandeling veel sneller. Met 5 minuten extra lukt het ons om op tijd terug te zijn. Sele staat al ons op te wachten, want we gaan ook nog naar Kaap De Goede Hoop.

Bij Kaap De Goede Hoop ontmoeten zogenaamd de Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan elkaar. In werkelijkheid is dit overigens bij Cape Agulhas, maar bij Kaap De Goede Hoop worden al de eerste dieren uit de andere oceaan waargenomen. Ook wij zijn op 'die mees suidwestelike punt van die vasteland van Afrika' geweest.