vrijdag 11 maart 2016

Kaapstad met de auto


’s Ochtends brengen we eerst onze was naar de receptie. Voor 95 Rand wordt onze was van de afgelopen dagen gewassen en gevouwen. Aan het einde van de dag ligt de schone was weer in onze kamer. Geweldige service.

Om 10.00 uur wordt onze auto bezorgd. Bij de reservering hebben we aangegeven dat we over ruige wegen moeten kunnen rijden. Er komt een medewerker van Europcar voor rijden met een witte Nissan X-trail. Met deze auto gaan we de komende weken door de West- en Oostkaap reizen. Op de kilometerteller staan slechts 5.531 kilometers. De bediening van de auto is nagenoeg elektrisch: de startknop, handrem, verstellen stoel, openen achterklep, zonnedak. De knopjes voor het aanzetten van het knipperlicht en de ruitenwissers zitten op het stuur ‘goed’. Als we richting aan geven, zullen we niet per ongeluk de ruitenwissers aanzetten.

Voordat we Kaapstad verlaten, wilden we eerst nog Lion’s Head opwandelen. Maar de afdaling van de Tafelberg voelen we in onze benen. Stijf en stram voelen onze benen. Lopen lukt - na een korte opstart - wel, maar de trappen .... En we hebben vakantie. Morgen is er weer een dag, dus vandaag doen we het rustig – op sportief gebied – aan.

De legende gaat dat lang geleden er een leeuw na een lange trektocht de Kaap bereikte. Vooral het helblauwe water aan de voet van Tafelberg sprak de leeuw aan. Zo erg zelfs dat hij een plons in het water maakte. De leeuw kon niet zwemmen en werd gered door een zeemeermin. De duivel, die we kennen van Devil's Peak, links van Tafelberg, was hier niet blij mee. Om te voorkomen dat de leeuw nog langer zijn gebied zou komen verstoren veranderde hij hem in een berg. En zo ontstond Lion's Head ...

De auto parkeren we op Signal Hill met uitzicht op Robben Island, Twelve Apostels, Tafelberg en Lion’s Head. Of Lion’s Head nu echt op een leeuwenromp met hoofd lijkt? Wij vinden van wel, maar niet vanaf Signal Hill. De Tafelberg is weer bekleed met een wolkendek.


Langs de kust rijden we verder. We komen bij het tolhuisje van Chapman’s Peak drive. De weg wordt ook wel ‘de negen mooiste kilometers van Zuid-Afrika’ genoemd. Vele autoreclames zijn hier opgenomen. We betalen 40 Rand en rijden de weg op. In de zomer is de weg open van 6 uur ’s ochtends tot 8 uur ‘s avonds. De weg heeft 114 bochten. De maximumsnelheid is 40 kilometer per uur.

Misschien nog maar 1 kilometer onderweg, worden we door een – van de koude wind bibberende – medewerker aangehouden voor controle. Hij stempelt het woord ‘checked’ op ons bonnetje en we mogen door rijden. Even verderop is er weer oponthoud, omdat er een rotsblok naar beneden is gekomen. Werklui vegen de restanten van het rotsblok bij elkaar.

Voor we er erg in hebben, rijden we weer op de reguliere N-weg. Op de N-wegen is de officiĆ«le maximum-snelheid 80 kilometer. Mensen slapen en lopen echter in de berm, sommigen met allerlei spullen op de hoofd. Anderen steken de weg over. Op de vangrail zitten mensen te kletsen. Uitkijken dus, de werkelijke maximum-snelheid ligt echt lager.

In Muizenberg stoppen we voor de lunch. We krijgen voor de eerste keer op onze vakantie te maken met de Zuidafrikaanse carguards. Veel banen in Zuid-Afrika zijn zelf gecreƫerd. Een carguard is daar een voorbeeld van. Een carguard past op onze geparkeerde auto en zorgt ervoor dat er niets met de auto gebeurt terwijl wij weg zijn, uiteraard tegen een kleine vergoeding (5 tot 10 rand, afhankelijk van hoe lang we weg zijn).

Na de lunch lopen we naar het strand. Het strand ligt aan het warme water van de Indische Oceaan en is de surfspot van Kaapstad. Het zand is hagelwit. De gekleurde strandhuizen geven het strand een tropisch tintje.

Over de M5 rijden we terug naar Kaapstad. We passeren woonwijken, waar de huizen bestaan uit een paar golfplaten. En nog geen honderd meter verder staan prachtige villa’s. Rijk en arm wonen naast elkaar, maar wat een schrijnende, zichtbare tegenstellingen.

Op onze laatste avond in Kaapstad, gaan we uit eten in Waterfront, het historische en kloppende hart van de haven van Kaapstad, met 450 exclusieve winkels en 85 restaurants. Er bevinden zich naast winkels en restaurants ook hotels en kantoren en toeristische attracties zoals Two Oceans Aquarium en de Nelson Mandela Gateway die hier vertrekt naar Robbeneiland. We wandelen rond en zien op het platform bij The Clock Tower zeeleeuwen liggen. Het doet ons mede daarom herinneren aan San Francisco, maar Victoria Fisherman’s Wharf is veel groter.

We eten bij Karibu, een restaurant met vele Afrikaanse gerechten. Als voorgerecht eten we snoekpate en struisvogelcarpaccio. Net als het voorgerecht smaken de hoofdgerechten (lams- en springbokpootje met kruidenpuree), mooi opgediend in grote witte kommen, voortreffelijk. Het toetje heet ‘souskluitjes’. We kunnen moeilijk de smaak thuis brengen, maar lekker dat het is. Het restaurant is een echte aanrader.