zaterdag 7 juli 2012

Coke Zero 400

Na het gebruikelijke ochtendprogramma gingen we eerst langs de supermarkt om een envelop te kopen. Van de week konden we aan een tolpoortje niet betalen. We hadden onvoldoende muntgeld en een briefje van 50 dollar pakken ze niet aan. Je kunt maximaal betalen met 20 euro. Je krijgt dan een formuliertje mee waarop staat hoeveel tolgeld je moest afrekenen. Het formulier en het tolgeld stuur je dan op (als we het goed begrepen hebben).

Na de lunch reden we naar Daytona. We wilden eerst nog even langs het strand van Daytona, dat volgens Daytona wereldberoemd is. Om het strand op te mogen betaal je drie dollar (na 15.00 uur dan) en anders vijf dollar. Je mag de auto aan de rechterkant van de weg - op het strand - parkeren. De Amerikanen nemen een partytent mee die ze achter de auto opzetten. En met een koelbox met eten en drinken brengen de Amerikanen de dag door aan het strand.


Het werd een kort bezoekje. We hebben een ijsje gegeten en even kort pootje gebaad in de zee. Het water was heerlijk warm. Het zand heeft voor de eb- en vloedlijn een roodachtige kleur. Het verbaasde ons dat het zo stil was op het strand. Verder vonden wij het geen bijzondere plek. Nu zijn wij ook geen echte strandgangers, maar de stranden aan de Golf van Mexico lijken ons mooier.

Op de weg naar het strand hadden we al zoveel mensen zien lopen, dat het ons verstandig leek om ook maar richting Daytona Internationale Speedway te gaan. Langs de weg zitten er allemaal mensen op stoeltjes met borden ‘I need tickets’ of ‘I want tickets’. Ook worden er overal parkeerplekken aangeboden, tot wel 40 dollar aan toe. Het racecircuit heeft zelf ook parkeergelegenheid. Het parkeerterrein ligt wel op behoorlijke afstand van het circuit maar dat wordt allemaal voor je geregeld. Amerikanen kunnen goed organiseren. Nadat we de auto geparkeerd hadden, stapten we in een 'tram' die ons naar het busstation bracht. We hadden makkelijk kunnen lopen, maar we passen ons natuurlijk graag aan. Op het geïmproviseerde busstation stonden tientallen gele schoolbussen die ons naar het circuit brachten.


De bus reed over een stoffig weggetje, blijkbaar alleen open voor racedagen. De Statetroopers blokkeerden de officiële wegen naar het stadion, zodat we overal door konden rijden. Dat gold niet voor de lokale automobilisten. De bussen reden af en aan, ben benieuwd wanneer zij weer verder konden. Bij het stadion aangekomen loop je via een loopbrug naar het stadion, onderweg nog aangeklampt door 'verkopers' die je tickets willen kopen en mensen van de Baptische kerk die vol overtuiging hun boodschap verkondigen.

Bij het stadion aangekomen is het een grote merchandising. Het lijkt wel of iedere coureur zijn eigen kledinglijn heeft. We namen wat te drinken en liepen naar binnen. Er is een tassencontrole, verder gaat het allemaal heel gemoedelijk. We wandelden nog even rond voor we onze plekken gingen opzoeken. Op het middenterrein stonden de meeste Nascars al klaar. Om zeven uur werden de coureurs een voor een voorgesteld. Ze nemen dan plaats in een Ford pickup en worden over het circuit gereden. Na het Amerikaanse volkslied werden de Amerikaanse helden geëerd, tijdens de race vertegenwoordigd door vier soldaten die in een oorlog heldhaftig geopereerd hadden. Er wordt dan ook een paar minuten stil gestaan bij de heldendaad. De Amerikanen gaan staan en klappen hard voor de soldaat. Heel bijzonder en mooi om te zien.


De race werd geopend met een B52-bommenwerper die heel laag over het circuit vloog. Daarna konden de motoren van de Nascars gestart worden voor een race van 160 ronden waarin 400 miles worden afgelegd. We hadden even zitten rekenen, een rondje is dan 4 kilometer en dat werd in 45 seconden afgelegd. De Nascars vlogen voorbij. En wat een herrie, vandaar de koptelefonen maar wij hadden slaapoordopjes meegenomen. We hadden prachtige plaatsen, we konden het gehele circuit overzien. De eerste 40 ronden gebeurde er eigenlijk niet veel. Maar toen begonnen de pitstops en dat gaf al weer meer race. Vanaf ongeveer ronde 120 werd het spectaculair. De race werd diverse malen onderbroken voor crashes. Met als klapstuk ronde 159, waar de Nascars in de rondte vlogen (alleen materiële schade). Het leek wel het verhaal van de tien kleine negertjes … Uiteindelijk kwamen er misschien tien Nascars via de racebaan over de finish, de rest gleed door het gras, via de pitstraat ook over de finishlijn of stond omgedraaid met autoschade ergens op de baan.


Tonny Stewart won de Coke Zero 400. Hij had zich als tweede gekwalificeerd voor de race, maar was naar de 42e startplaats terug gezet omdat er iets met zijn auto was. In de laatste ronde ging hij zijn twee teammaten voorbij en wist daardoor de crash direct achter hem te ontwijken en de Coke Zero 400 2012 op zijn naam te schrijven.

Geweldig om zo'n race een keer mee te maken. Soms leek het wel of de Nascars elkaar duwden. Zo dicht zaten ze op elkaar. En dat met snelheden van ruim 300 kilometer per uur. Ik heb net mijn rijbewijs maar houd voldoende afstand om op tijd te reageren ….

Na de race werden we weer met de gele schoolbus naar het parkeerterrein gebracht. We waren uiteraard niet de enigen, wat een mensenmassa. De Amerikanen regelen dat weer prima. Iedereen wacht rustig op zijn beurt. En degene die zich niet aan de regels hield (vast een toerist) werd gewoon de bus uitgezet en mocht weer achteraan – onder luid gejoel en geklap – de rij aansluiten. Om kwart over elf zaten we weer in de auto. Jammer dat we van de politie rechtsaf moesten, want toen kwamen we op de I95 naar het Noorden en we moesten naar het Zuiden ….. Om kwart over een waren we 'thuis'. Gauw naar bed, want morgen gaat de wekker om acht uur. Om kwart voor elf worden we verwacht op de Giraffe Ranche in Dade City.