donderdag 16 juli 2015

Washington/Slagbaai Nationaal Park

Voor het bezoek aan  Washington/Slagbaai Nationaal Park huren we voor een dag een pick-up van bij Caribe Car Rental, Om half tien worden we opgehaald en gebracht naar het verhuurbedrijf. Op Bonaire is dat heel gebruikelijk. Er zijn ook verder geen kosten aan verbonden.

Langs de kust rijden we naar het noorden. We komen langs het Gotomeer. In 2010 was er een grote brand bij olieopslag Bopec. Door de brand is het Gotomeer vervuild en zijn de flamingo's weg trokken. De flamingo's zijn sinds vorig jaar weer terug.

We rijden door een haag van cactussen verder. Aandacht meer op de wilde geiten en leguanen dan op het verkeer. Overal op de weg lopen leguanen. Voorzichtig manoeuvreren we de pick-up van langs de leguanen. Sommige leguanen missen een stuk van de staart, ooit overreden? In Rincon slaan we linksaf. De weg naar het park wordt  verder aangegeven met houten palen waar een leguaan op geschilderd is.

Het Visitor Center ligt aan de oostkant van Bonaire. Bij de ingang staat een skelet van een walvis opgezet. De walvis houdt de wacht. In 2000 botste een 11.000 kg wegende bultrug op een cruiseschip dat vlakbij Bonaire voer.

Met de snorkelpenning krijgen we 10 dollar korting op de toegangsprijs van 25 dollar. In het park zijn twee routes uitgezet: een route van 24 km en één van 34 km. We rijden de lange, gele route die zonder te stoppen 2,5 uur duurt.

De weg is onverhard, zit vol kuilen en groeven. Op steile stukken ligt er wel betonplaat zodat de auto makkelijker omhoog klimt.  Door de droogte zijn de wegen nu goed te berijden. In het regenseizoen zal dit een ander verhaal zijn.

Net voorbij de ingang ligt Saliña Mathijs. Dit is een zoutpan, die nu droog staat. Een aantal kilometers verderop ligt Boka Chikitu. De plek wordt gemarkeerd door grote rotsblokken van miljoenen jaren oud. De zee beukt daar op de kust. De weg wordt steeds slechter. Er zitten grote gaten in de weg. Overhangende takken maken krassen op de auto.

Bij  Pos Mangel stoppen we voor de lunch. De drinkplaats voor vogels is door de droogte een modderpoel vol muggen. Wilde geiten proberen toch nog wat vocht naar binnen te krijgen. Overal komen leguanen vandaan. Brutaal lopen ze op ons af voor voedsel.Voordat we omsingeld worden, vluchten we weg. 

Bij snorkelplaats Wayaka eten we dan maar ons groentenpasteitje, dat we bij de ingang hebben gekocht, op. De snorkelplaats ligt in een idyllisch baaitje met een smal witstrand. Onze spullen kunnen we in de schaduw van de rotsformaties leggen. Het zeewater is heerlijk warm, geen enkele
deining. Een grote keizervis blijft om ons heen zwemmen. Een barracuda jaagt door het water op z'n prooi. We blijven een uurtje en rijden weer verder over het hobbelige wegdek met af en toe pittige klimmetjes. We schudden door de auto, stoten ons hoofd bijna tegen het dak van de auto. Alleen het offroad rijden in het park is al een belevenis op zich.

En dan is het offroadavontuur nog niet voorbij. Door een wegopbreking nemen we - blijkt achteraf - een verkeerde afslag. De verharde weg stopt aan het einde van de woonwijk en gaat over in een onverharde weg.  We komen in een onbewoonde gebied terecht met allerlei zijwegen. Alle offroadwegen lijken op elkaar, zodat we al gauw ook niet meer weten of we op deze weg al eerder gereden hebben. Met de zon proberen we te bepalen welke richting we op moeten rijden. We moeten naar het westen, dus we moeten de zon voor de auto krijgen. En zo komen we - na een tijdje dwalen - nog voor donker weer in de bewoonde wereld.